“Bij patiënten met meer vertrouwen in een behandeling, slaat die ook beter aan”

We kennen allemaal wel het placebo-effect: als je dénkt dat dat aspirientje je hoofdpijn laat verdwijnen dan helpt het ook echt. In het groot is dit effect ook aangetoond. Patiënten die meer vertrouwen hebben in een medische behandeling, hebben er ook daadwerkelijk meer baat bij. Hoe dat werkt, legt gezondheidspsycholoog Andrea Evers uit aan New Scientist.

"Elke gedachte heeft een parallel hersenproces dat ermee gepaard gaat. Dat hersenproces heeft dan weer invloed op onder ­andere het immuunsysteem. Je gedachten hebben dus een directe invloed op je lichaam en omgekeerd geldt hetzelfde. We kunnen die invloed niet heel nauwkeurig in kaart brengen, maar dat die wederzijdse invloed er ís, laat onderzoek al heel lang zien," vertelt Evers.

Pijn
Ze doet zelf veel onderzoek naar het placebo-effect. "We kijken naar de invloed van verschillende leerprocessen. Of je mensen bijvoorbeeld kunt aanleren dat ze minder of meer pijn hebben. Dat kan via bewuste of onbewuste processen. Bij bewuste processen gaat dat leren voornamelijk via communicatie. Dan geef ik iemand een pijnprikkel en zeg ik: ‘Dit is vast héél pijnlijk.’ Dan rapporteren mensen gegarandeerd meer pijn. Eén suggestie is dus al genoeg om iemand meer pijn te laten ervaren, in elk geval subjectief; fysiologisch is het een iets complexer proces."

"Nog veel interessanter zijn onbewuste effecten," vervolgt de psycholoog. "Een medicijn dat je krijgt van iemand in een witte jas in een ziekenhuis vertrouw je bijvoorbeeld sneller dan een medicijn van een clown in een circus. Dat komt doordat er oude conditioneringen worden geactiveerd, waardoor je een bepaalde verwachting hebt. Die verwachting beïnvloedt je lichamelijke processen en daarmee de werking van het medicijn."

Nocebo
Ze benadrukt het nut van vertrouwen hebben in een behandeling en er positief aan beginnen. "Naast het placebo-effect heb je ook het ­tegenovergestelde, het nocebo-effect. Dat houdt in dat als je negatieve verwachtingen hebt van bijvoorbeeld een medicijn, het dan ook minder goed werkt. En uit onderzoek blijkt vooral dat je niet zozeer het placebo­effect moet benutten, als wel het nocebo-effect moet vermijden."

"Als er één risicofactor is die eigenlijk al onze ziektes negatief beïnvloedt, dan is het dat nocebo­-achtige denken: almaar van het slechte ­uitgaan, continu negatieve verwachtingen hebben. Dat kan allerlei biologische processen in gang zetten die de afweer negatief ­beïnvloeden. Die negatieve gedachten zijn vaak een patroon dat langzaam is ontstaan en dat je mensen kunt afleren, bijvoorbeeld met psychotherapie."

Vertrouwen
Cruciaal daarbij is de vertrouwensband tussen arts en patiënt. "Een arts kan bijvoorbeeld de positieve effecten op lange termijn benadrukken. Die zijn er meestal, want als een arts helemaal geen positieve effecten verwacht, zou hij of zij een behandeling niet voorschrijven. Vervolgens is het ontzettend belangrijk dat je iemand meeneemt in je verhaal. Dan snapt de patiënt waarom je doet wat je doet, want dan kan het verwachtingspatroon optimaal beïnvloeden. Daarom worden hiervoor momenteel nieuwe communicatiemiddelen ontwikkeld, zoals heel mooie visualisaties. Als je dan ziet wat dat medicijn daar in die cel doet, denk je: Fantastisch, dat dat in mijn lichaam gaat werken!"

Bron(nen):   New Scientist