Hebben we de impact van de scholen onderschat?

Kinderen zijn niet of nauwelijks besmettelijk, klonk het steeds. Tot ze wel besmettelijk bleken. Het is hoe het gaat met een virus dat we nog steeds niet echt kennen. Nu moeten toch de scholen dicht: 12,6 procent van alle positieve testen was afgelopen week afkomstig van 13- tot 17-jarigen.

Nog eens 4,7 procent van de coronagevallen betrof in die periode 4- tot 12-jarigen. Daarmee gaat het coronavirus een stuk harder rond onder kinderen dan gedacht. En hoewel ze zelf milde klachten hebben, kunnen ze het virus wel overdragen op papa en mama, of zelfs opa en oma. Dat gebeurt overigens veel minder snel dan bij volwassenen onderling, concludeert Imperial College London na een meta-analyse van 97 studies. Die wetenschappers stelden ook vast dat mensen zonder symptomen maar een derde zo besmettelijk zijn en daar vallen kinderen natuurlijk vaak onder.

Susan van den Hof, hoofd van het centrum voor epidemiologie bij het RIVM, is niet verbaasd. "Want kinderen, óók middelbare scholieren, hoeven als enigen geen afstand te houden. Ze mogen contact met elkaar hebben en dat doen ze ook. Je ziet nu dat ze belangrijker worden in de verspreiding," zegt ze in de Volkskrant.

De GGD stelt dat van de traceerbare besmettingen 8,5 procent toe te schrijven is aan de scholen. Volgens Utrechtse wetenschappers onder leiding van OMT-lid Marc Bonten had een schoolsluiting in november dan ook veel effect gehad, met name vanwege de besmettelijkheid van middelbare scholieren. De R zou dan gedaald zijn van 1 naar 0,84, waarmee het aantal besmettingen zou afnemen.

Maar ja, het is inmiddels half december en het aantal besmettingen is bepaald niet afgenomen dus is een nog veel strengere lockdown is nodig.

Bron(nen):   De Volkskrant