Nieuwe risicofactor voor autisme: het polycysteus ovariumsyndroom

Het polycysteus ovariumsyndroom (PCOS) is de meest voorkomende hormoonstoornis bij vrouwen. Naar schatting 5 tot 10% van de vrouwen in de vruchtbare leeftijd lijdt er aan. Bij het PCOS groeien er meerdere cysten in de eierstokken en dat kan een natuurlijke zwangerschap bemoeilijken.

Uit een grootschalige Zweedse studie blijkt nu dat vrouwen met PCOS een verhoogd risico hebben op de geboorte van een kind met een autisme spectrum stoornis (ASS).

Het onderzoek is gebaseerd op de gegevens uit het Zweeds nationaal bevolkingsonderzoek naar gezondheid. De onderzoekers vergeleken 23.748 mensen met ASS en 209.000 mensen zonder ASS, die tussen 1984 en 2007 geboren werden in Zweden.

Daaruit bleek dat ASS 59% vaker voorkomt bij kinderen van vrouwen met PCOS. Dit risiconiveau is vergelijkbaar met dat van het hebben van een vader ouder dan 50 (wat geschat wordt op 66%), maar lager dan dat bij bepaalde zeldzame genetische syndromen of mutaties.

Op het eerste zicht lijkt een verband tussen ASS bij het kind en PCOS bij de moeder niet voor de hand te liggen. Het is echter in lijn met een theorie die ASS in verband brengt met een verstoorde hormoonbalans die van invloed is op de vorming van de hersenen van de foetus tijdens de zwangerschap. 

Uit een onderzoek op basis van bevolkingsgegevens van de Britse National Health Service – waarvan de resultaten nog niet gepubliceerd zijn –  blijkt eveneens dat er een bestaat tussen PCOS en ASS. Daarnaast is er een Britse studie uit 2007 die er op wijst dat er een oververtegenwoordiging van moeders met PCOS is bij autistische kinderen, maar de resultaten van deze studie waren net niet statistisch significant.

De nieuwe Zweedse studie toont een duidelijk verband aan, maar dit betekent niet dat de meerderheid van de vrouwen met PCOS kinderen krijgen met autisme. Autisme is een relatief zeldzame aandoening, dus als het risico enigszins verhoogd is, blijft de kans dat een moeder met PCOS een kind baart met ASS nog steeds klein.

 

Bron(nen):   Scientific American