Bijna de helft van alle zeer vroeg geboren baby’s krijgt niet alle hulp die nodig is

Bijna de helft van de zeer vroeg geboren baby’s wordt niet volledig volgens de richtlijnen behandeld, schrijft de Volkskrant. 120 sterfgevallen waren te voorkomen geweest. Dat is 18 procent van het totaal.

Dat blijkt uit een onderzoek naar prematuren in 11 Europese landen, dat in het British Medical Journal verscheen. In de twee onderzochte regio’s in Nederland kreeg zelfs meer dan de helft van de zeer vroeg geboren baby’s niet alle mogelijke hulp.

Kinderen die tussen 24 en 32 weken zwangerschap worden geboren maken twee procent uit van alle geboortes, maar de helft van de babysterfte. Artsen kunnen vier maatregelen nemen om de extreme prematuren te helpen: allereerst moet de zwangere bevallen in een ziekenhuis met een afdeling neonatologie. Ook moet de gynaecoloog de zwangere uiterlijk 48 uur voor de bevalling een injectie met corticosteroïden geven.

Na de geboorte moet de neonatoloog de temperatuur van het kind boven de 36 graden houden en de ademhaling ondersteunen, door beademing of door binnen twee uur een ‘surfactant’ toe te dienen, een middel dat de longblaasjes openhoudt. In bijna de helft van de gevallen zijn niet alle maatregelen toegepast.

De onderzoekers houden een slag om de arm als het gaat om het aantal te voorkomen sterfgevallen:  het kan zijn dat de kinderen bij wie minder maatregelen zijn ondernomen er al slechter aan toe waren en ondanks de extra acties alsnog zouden overlijden.

Bron(nen):   De Volkskrant