Artsen waarschuwen: veganistisch dieet is gevaarlijk voor kinderen

Een veganistisch dieet is voor kinderen ronduit gevaarlijk, zo waarschuwen Belgische artsen. Maar steeds meer ouders geloven liever een verhaaltje dat ze op internet hebben gelezen dan de reguliere geneeskunde. “Voor sommigen is veganisme een ideologie, een geloof.”

De Waalse diëtist Serge Pieters vertelt: “Ken je de beelden uit ontwikkelingslanden? Extreem magere kinderen, geen spiermassa, veel te klein voor hun leeftijd? Dat bestaat bij ons ook. Geregeld liggen ze in onze ziekenhuizen, zwaar ondervoed door een veganistisch eetpatroon. Sommigen moeten worden gereanimeerd, af en toe sterft er zelfs één. Omdat hun ouders blind zijn voor de realiteit.”

Andere kinderartsen en -diëtisten zijn het hartgrondig met hem eens. “Het klopt. Het is onrustwekkend,” zegt dokter Anne Malfroot, voorzitster van de Belgische Vereniging van Kinderartsen. “De gezonde voedingscultuur slaat door. Ouders dénken dat ze goed doen met rijstmelk en glutenvrije papjes. Maar kinderen tot 3 à 5 jaar zijn volop in ontwikkeling. Organen en hersenen moeten nog heel hard groeien. Proteïnen, vitamine B12, ijzer… dat zijn cruciale bouwstenen. Als ze totaal niet worden aangeboden, belanden die kinderen in het ziekenhuis.”

En de gevolgen kunnen groot zijn: hersenschade, groeivertraging, hartproblemen, bloedarmoede en een algemeen zwakke weerstand, waardoor kinderen vatbaarder zijn voor ziektes. “Door alle voedingshypes zijn mensen vaak slecht geïnformeerd,” zegt kinderdiëtiste Lien Joossens, auteur van het boek Mijn Kind eet Gezond. “Ze zien iets op Facebook en nemen het klakkeloos over. Maar havermelk, dat is gewoon water met een smaakje. Er zitten weinig voedingsstoffen in.”

“Die ouders vertrouwen ons niet,” zegt Anne Malfroot. “Ze denken dat we gebrainwasht zijn door de dierlijke voedingslobby. Dat is soms heel extreem. Voor sommigen is veganisme een ideologie, een geloof, en het is bijzonder moeilijk om tot hen door te dringen. Zelfs als hun kind doodziek op een spoedafdeling ligt.”

Bron(nen):   De Standaard