De gewelddadige dood van de 49‑jarige Nederlander René Pouw op Bali leest als een klassieke liquidatie in vakantiedecor. V
oor de deur van zijn villa in Kerobokan werd hij ’s avonds aangevallen door twee mannen op een motor, die hem met messen toetakelden en direct weer verdwenen. De daders namen niets mee, wat roof als motief ongeloofwaardig maakt. Alles wijst op een doelgerichte actie.
Pouw stond in Nederland bekend als
drugscrimineel, wat de vraag oproept of het conflict dat hem fataal werd hier begon of is ingevoerd in het ogenschijnlijk paradijselijke Bali. De zaak legt zo een rauwe laag bloot onder het toeristeneiland, waar villa’s en luxe een ideale schuilplaats vormen voor geld, ego’s en oude rekeningen.
Voor gewone vakantiegangers verandert er op korte termijn weinig: dit is geen willekeurige straatroof, maar vermoedelijk een afrekening binnen het milieu. Toch schuurt het beeld van de »veilige« tropenvilla. Wie zich op Bali inlaat met duistere zaken, blijkt net zo kwetsbaar als in Amsterdam of Antwerpen – alleen is het decor exotischer, en het bloed op de stoep des te schrijnender.