Niet insmeren en lekker zonnebaden: de gevolgen merk je na je vijftigste

Lekker bakken op het strand, voor veel Nederlanders is het nog steeds een aangenaam tijdverdrijf. Goed insmeren is dan uit den boze, want hoe kom je anders aan dat felbegeerde bruine tintje. Maar Maud Jansen, dermatoloog aan het Maastricht Universitair Medisch Centrum, waarschuwt: na je vijftigste krijg je de rekening gepresenteerd.

“Misschien heb je er nu geen last van, maar door vaak te verbranden loop je actinische keratose op, oftewel zonneschade,” legt ze uit in het AD. “Dat zijn meerdere ruwe plekjes op de huid, vaak op het hoofd, borst of bovenkant van de handen, die zonder behandeling kunnen uitgroeien tot een kwaadaardige vorm van kanker. Naar schatting hebben anderhalf miljoen Nederlanders deze aandoening. De helft van alle mannen en een derde van de vrouwen boven de vijftig jaar krijgt er mee te maken. De grote boosdoener van de zonneschade is toch echt dat zij in hun jeugd niet goed gesmeerd hebben.”

Beter beginnen we dus al jong met smeren en zijn we er niet te zuinig mee. “We denken vaak dat één keer wel genoeg is, maar je moet dit zeker elke twee uur herhalen. Liefst factor dertig tot vijftig. Zelfs op bewolkte zomerdagen moet je blijven smeren. Ook dan kunnen de uv-stralen je huid aantasten. Vrouwen vergeten vaak hun decolleté, mannen hun kale hoofd. En voor beiden geldt: smeer ook op de uitstekende delen als neuzen en oren en wees daarbij niet te zuinig.”

Bron(nen):   AD