Zou u dan soms minister willen zijn?

Prinsjesdag is de dag van de politici. Hun verjaardag, zullen we maar zeggen. De dag dat we de slingers voor hen uithangen.  Bijna alles draait dan om hen. Eerst op het hoedencarnaval in de Ridderzaal, daarna op alle  zenders, en op alle pagina’s, waar ze eindeloos mogen pronken met hun eigen gelijk.
 
Ik stel voor dat we het ze gunnen, hun ijdeltuiterij, hun gesnoef en geblaat. Want het wordt de hoogste tijd dat we aardiger voor ze gaan doen, voor onze politici; meer waardering gaan tonen, of in ieder geval minder minachting.

Niet omdat de tijden zo moeilijk zijn – ook – maar vooral omdat de huidige politici de beste zijn die we hebben.

Want om eens een retorische vraag stellen: wie van u zou Kamerlid willen zijn, of minister, of – overtreffende trap van erg – wethouder?

De weinigen die de vorige vraag instemmend hebben beantwoordt, hebben recht van spreken. De rest moet onmiddellijk inbinden. Want heel weinigen zijn nog bereid politieke verantwoordelijkheid te dragen. Of zelfs maar lid te worden van een partij. Zelf  niet bereid om voor een betrekkelijk bescheiden salaris 70 uur per week te worden beledigd. Door andere politici, door de pers, door het volk.

Ons past bescheidenheid ten opzichte van degenen die zich dat allemaal wel laten welgevallen. Omdat ze idealen hebben en denken dat hun weg het beste is voor land en volk, of omdat ze ijdel zijn en van macht houden, of misschien wel van alles wat. Maar ze doen in ieder geval iets, behalve mopperen.

En dat is meer dan van u en mij kan worden gezegd.