Declareren kun je leren

Toen ik lang geleden bij de NOS in dienst trad, deed een oudere collega uit de doeken hoe bepaalde declaratieproblemen moesten worden opgelost. 

Stel je was met iemand op dienstreis geweest, terwijl de baas dacht dat je alleen was gegaan. Dan deed je de nota van het hotel achter het declaratieformulier en joeg je drie nietjes precies door de plek waar ‘2 personen’ stond. Als de stomme boekhouder later de rekening lostrok van het declaratieformulier, was het cijfer ‘2’ doorgescheurd en onleesbaar geworden. Door zijn eigen toedoen! En kwam hij er nooit achter of je nou alleen was geweest of niet. 

Enkele jaren later ontdekte ik dat je in de journalistiek ware declaratie-specialisten had. Mensen als René de Bok (Elsevier) en Pieter Storms (Nieuwe Revu) zijn in dit opzicht legendarisch. En nog weer later, toen ik de eervolle positie had bereikt dat ik andermans declaraties mocht inspecteren, stond ik meermalen oog in oog met heuse staaltjes van declaratiekunst. 

Zelf heb ik altijd met veel plezier gedeclareerd, tot de dag van vandaag. Eten, drinken, taxi’s, vliegtuigen, hotels, kadootjes; voor je het weet ben je er uren mee bezig – alles voor het werk natuurlijk, dat spreekt. 

In de journalistiek wordt – of laten we zeggen werd want nu is de financiële nood wel erg hoog – altijd flink gedeclareerd en wie weet, is het daarom dat journalisten graag schrijven over andermans declaraties; eindelijk een onderwerp waar ze veel vanaf weten. 

Dus als minister Guusje ter Horst €4,40 declareert voor twee broodjes haring wordt dat dankbaar genoteerd. En als Eimert van Middelkoop aangeschafte schrijfwaren in rekening brengt, idem dito. Heel goed! De journalistiek is de hoeder van de democratie en houdt het handelen der hoogwaardigheidsbekleders scherp in de gaten, zo hoort het. 

Je kunt je voorstellen dat andere zaken iets belangrijker zijn, maar dat is blijkbaar niet het geval, want de declaraties blijven maar in het nieuws. Nu gaat het om drop, een fles Beerenburg en een opgelopen boete. Het is allemaal zó urgent, dat de minister van Binnenlandse zaken heeft voorgesteld de uitgaven van hoge ambtenaren op internet te publiceren, toppunt van transparantie. Iedereen overal en altijd doorzichtig, dat is nu het hoogste ideaal. 

Die declaraties, ik voel het aan mijn water, blijven nog een hele tijd in het nieuws. Net zo lang tot we echt alles van iedereen te weten zijn gekomen. In de tussentijd kunnen zaken die er echt toe doen dan wat minder aandacht krijgen. 

Hm, dat zal niet iedereen slecht uitkomen.