De scheidsrechter is beklagenswaardig

Vandaag wil ik het met u hebben over de scheidsrechter, die beklagenswaardige figuur in de sport die recht moet spreken over de gedragingen van twee elkaar tegenstrevende partijen

Tegenwoordig kent elke sport wel een of andere vorm van arbitrage, maar dat is niet altijd zo geweest.

Wij kunnen hier al direct het onderscheid maken tussen de oersporten waarbij de scheidsrechter eigenlijk overbodig is en de moderne sporten waarbij de scheidsrechter onmisbaar is.

Gerommel tussen de deelnemers was er al in het oude Griekenland, maar toch kenmerken de oersporten zich door een minimum aan discussie over de vraag wie er heeft gewonnen. Wie als eerste de finish passeert, is de winnaar. Wie de speer het verst heeft gegooid, is de kampioen. Wie de zwaarste steen heeft getild, verdient de lauwerkrans.
Ook het schaken is zo’n oersport. Je legt een bord op tafel, zet de stukken op en gaat ieder aan een kant zitten. Daarna kun je uren spelen zonder dat er een scheidsrechter aan te pas komt.

Volgens de schaker J. H. Donner was de arbiter vooral het hulpje voor de spelers. Wanneer de grootmeester riep ‘Hé, jij daar! Broodje kaas!’, dan haastte de arbiter zich – zo snel als zijn beentjes hem dragen konden – naar de keuken om het verordonneerde op een bord te leggen. De schaakarbiter moest het verder niet in zijn hoofd halen om zich met de partij te bemoeien, want problemen losten de spelers zelf wel op.

Lees verder in de Volkskrant