Je kunt het
plastic randje van kaas beter niet opeten, al word je er van een paar hapjes waarschijnlijk niet meteen ziek van. Het gaat om een soort kunststof met een schimmeldodend middel erin, bedoeld als verpakking – niet als
voedsel.
Context: wat zit er eigenlijk om je kaas?
Het rode of gele laagje rond veel Goudse en Beemsterkazen bestaat vooral uit
polyvinylacetaat, dezelfde kunststof die ook in
houtlijm wordt gebruikt. Die coating beschermt de
kaas tegen schimmels, bacteriën en vraatzuchtige kaasmijten en voorkomt uitdroging tijdens het rijpen. Voor extra bescherming voegen producenten vaak natamycine toe, een schimmelremmer die in de EU als conserveermiddel E235 is goedgekeurd.
Is het schadelijk als je het toch eet?
Natamycine wordt door Europese en internationale voedselautoriteiten als veilig beoordeeld zolang het alleen als oppervlaktelaag wordt gebruikt. Europese regels schrijven voor dat het middel niet meer mag worden aangetroffen in de kaas zelf op een diepte van 5 millimeter onder de korst. In kleine hoeveelheden levert de coating dus geen direct gezondheidsgevaar op, al worden er wel maag-darmklachten gemeld bij mensen die er veel van binnenkrijgen.
Praktisch advies aan de keukentafel
Voedselveiligheids- en zuivelexperts adviseren om het plastic laagje
niet te eten en de rand enkele millimeters onder de coating weg te snijden. De échte kaaskorst daaronder – zonder kunststoflaag – kun je in principe gewoon opeten, al is de smaak vaak pittiger en zouter. Wie het helemaal naturel wil, kan kiezen voor natuurkazen die worden beschermd met schimmelkorst, spekvet of weiboter in plaats van plastic.
Over natamycine
In de EU mag natamycine alleen worden gebruikt als oppervlaktelaag op harde, halfharde en halfzachte kazen. De maximale dosis is 1 milligram per vierkante decimeter, en het middel mag niet aantoonbaar zijn dieper dan 5 millimeter in de kaas. Die grens moet voorkomen dat een antischimmelmiddel dat eigenlijk voor de buitenkant bedoeld is, ongemerkt deel wordt van de kaas zelf