Een kus met je partner voelt intiem en romantisch. Minder romantisch is de gedachte dat je daarbij tientallen miljoenen bacteriën uitwisselt. Toch is dat precies wat er gebeurt en volgens microbioloog Remco Kort van de Vrije Universiteit Amsterdam heeft dat meer met liefde te maken dan we denken.
Kort raakte gefascineerd door wat hij zelf de ‘kissing bug’ noemt. In een recente publicatie stelt hij een reeks intrigerende vragen: wat gebeurt er als we de microben van onze partner inslikken? Beïnvloeden die ons darmmicrobioom, onze hormonen, misschien zelfs ons brein? En – nog spannender – kan het uitwisselen van speeksel onze gevoelens van verliefdheid versterken?
Dat idee klinkt minder vreemd als je kijkt naar eerdere bevindingen. In een studie onder leiding van Kort bleek dat tijdens een kus van tien seconden tot wel 80 miljoen bacteriën worden overgedragen. De mond is, na de darm, de meest diverse bacteriële leefomgeving in ons lichaam. Steeds meer onderzoek wijst uit dat de samenstelling van die mondflora invloed kan hebben op ontstekingen en zelfs op organen als hart en hersenen.
Wie vaak kust, gaat meer op elkaar lijken, althans microbiologisch. Partners die regelmatig zoenen, ontwikkelen een mondmicrobioom dat steeds meer overeenkomsten vertoont. Volgens Kort kan die microbiële gelijkenis samenhangen met zintuiglijke signalen als smaak en geur en zo bijdragen aan emotionele verbondenheid. Een positieve feedbackloop dus: intimiteit beïnvloedt je microben en die microben versterken mogelijk weer de drang tot intimiteit.
Evolutionaire verklaring
Speeksel bevat overigens niet alleen bacteriën, maar ook hormonen zoals cortisol en adrenaline. In de mond leven zelfs bacteriën die gevoelig zijn voor neurotransmitters als oxytocine en dopamine, stoffen die vrijkomen tijdens affectief contact. Het is denkbaar dat die chemische cocktail het orale ecosysteem beïnvloedt en indirect ook hoe we ons voelen.
Evolutionair gezien is er nog een andere hypothese: gepassioneerd zoenen zou partners helpen elkaars immuunsysteem te ‘leren kennen’. Door microben uit te wisselen, bouwen we mogelijk weerstand op tegen ziekteverwekkers die de ander bij zich draagt. Dat zou verklaren waarom tongzoenen meestal is voorbehouden aan geliefden, die elkaar goed kennen: het delen van bacteriën heeft voordelen, maar kan ook infecties verspreiden.
Of we echt verliefd worden door bacteriën staat nog niet vast. Maar één ding is zeker: een kus is biologisch gezien allesbehalve oppervlakkig. Misschien is liefde dus niet alleen een kwestie van vlinders in je buik, maar ook van microben in je mond.