Er stond geen politieke leus op zijn helm, of iets ergs, maar het eerbetaan aan een in de oorlog gesneuvelde mede-sporters. Maar toch vond het
IOC het verschrikkelijk.
De nieuwe IOC-voorzitter
Kirsty Coventry had in
Milaan-Cortina haar kans om te laten zien dat de Olympische beweging moreel kompas en sportief geweten kan combineren. In plaats daarvan werd haar eerste grote beslissing een pijnlijk voorbeeld van bobo-regels boven menselijke realiteit.
De Oekraïense skeletonracer Vladyslav Heraskevych wilde racen met een ‘herdenkingshelm’, bedrukt met portretten van Oekraïense sporters en kinderen die door de oorlog met Rusland omkwamen. Geen slogans, geen “Fuck Poetin”, alleen gezichten van doden. Toch oordeelde het IOC dat de helm onder
regel 50.2 van het Olympisch Handvest viel: geen politieke, religieuze of raciale propaganda op of rond de wedstrijdvloer. Heraskevych weigerde zijn helm af te doen en werd uitgesloten van deelname.
Coventry was er persoonlijk bij. Ze bezocht de atleet ’s ochtends vroeg, vocht zichtbaar tegen haar tranen en verklaarde later dat ze hem “zó graag had zien racen”. Maar wie de macht heeft, draagt verantwoordelijkheid: als hoogste baas wist ze dat dezelfde regels eerder met rek zijn toegepast. De Duitse schaatsster Josephine Schlörb moest haar schaatsen met de teksten “Hate is not an opinion” en “Discrimination is a crime” inleveren, maar mocht later wel rijden met een wereldkaart opgebouwd uit het woord “Respect”. Blijkbaar is er ruimte voor interpretatie – en dus ook voor morele moed.
Juist daar gaat
Coventry spectaculair onderuit. In haar openingsspeech had ze atleten nog opgeroepen om “op te komen voor menselijkheid en humanisme”. Maar bij de eerste echte test kiest ze voor juridische zuiverheid in plaats van morele helderheid, met als cynisch bijeffect dat vooral Moskou in zijn handen kan wrijven. Wat bedoeld is als neutraliteit, voelt voor Oekraïne en veel toeschouwers als wegkijken van agressie.
Wie precies telt, ziet hoe scheef het is: één atleet die een land in oorlog een gezicht wil geven, wordt gestraft, terwijl organisaties en sponsors in en rond de Spelen ruimschoots politieke en commerciële belangen vertegenwoordigen. De boodschap aan sporters is duidelijk: je mag staan voor “respect” in abstracte termen, maar niet voor concrete doden met een naam en een gezicht.