Europa staat volgens Sylvie Kauffmann, oud-hoofdredacteur van
Le Monde en commentator bij Le Monde en de Financial Times, op een pijnlijke kruising: het tijdperk van Amerikaanse bescherming loopt ten einde, maar de Europese politieke moed om echte soevereiniteit te organiseren blijft achter. Terwijl de breuk met Washington zich voltrekt, vindt zij dat Europeanen nog altijd liever wegkijken dan erkennen wat die omslag betekent voor defensie, welvaart en de eigen democratie.
Kauffmann schetst hoe de Franse argwaan tegenover de Verenigde Staten – sinds Suez in 1956 – uiteindelijk blijkt te kloppen: Amerika blijkt geen vanzelfsprekende en betrouwbare bondgenoot meer.
Trump’s uitholling van de Amerikaanse rechtsstaat maakt voor haar de strategische scheiding met Europa nog fundamenteler dan handelsruzies of tariefconflicten.
Misschien is de huidige geopolitieke situatie wel te ernstig voor ‘I told you so’, zegt
Kauffmann tegen het FD. Maar dat is wel zo:
De Gaulle besloot tot een halve breuk met de
NAVO. De generaal had gelijk. En ook deze president was allang sceptisch. "Macron had gelijk toen hij zei dat de Navo hersendood is, maar ook
Frankrijk had niet het geld om zelf een sterke defensie te bouwen."
In het FD-interview benadrukt zij hoe Europa in een soort rouwproces zit over het mislukte huwelijk met de VS: van ontkenning naar aarzelende aanvaarding. Scandinavië en de Baltische staten zijn volgens haar al “uit bed”, maar veel andere landen blijven snoozen. Politici durven kiezers niet uit te leggen dat Europese soevereiniteit offers vergt: hogere defensie-uitgaven, een veel krachtiger interne markt en waarschijnlijk ook pijnlijke hervormingen in de verzorgingsstaat.
"Voor Nederlanders is het moeilijker om te accepteren dat het Amerika dat we vertrouwden nu echt weg is. Niet zozeer vanwege de handelsoorlog, maar vooral omdat de Amerikanen op hoge snelheid hun rechtsstaat en het weefsel van hun democratie vernietigen. Dat is wat ons uit elkaar drijft.’
Toch is Kauffmann geen doemdenker over Europa zelf. Juist de dure sociale zekerheid en de historische ervaring met fascisme en nazisme ziet zij als een dam tegen de totale ontsporing van de democratie, hoe sterk radicaal-rechts ook oprukt. Maar als Europa wil voorkomen dat het speelbal wordt tussen grootmachten, moet het kiezen: investeren in een eigen strategische capaciteit – inclusief een helder debat over nucleaire afschrikking – of accepteren dat het geopolitiek naar de tweede rang verdwijnt.
"Landen als Duitsland, Polen, Zweden en Denemarken zeggen nu openlijk dat we niet meer kunnen vertrouwen op de Amerikaanse atoomparaplu. Maar de Fransen hebben een specifieke doctrine: hun kernmacht beschermt vitale Franse belangen."
De waarschuwing van Kauffmann valt samen met een reeks alarmsignalen: president Macron riep al eerder op tot een “existentiële” hervorming van de EU en raamde de benodigde extra investeringen voor defensie, technologie en energie op honderden miljarden tot rond de 650 à 1000 miljard euro per jaar. Tegelijkertijd dringt hij aan op een Europees leger en een veel hechtere defensie-industrie, omdat Washington onder president Trump expliciet vraagt of het de veiligheid in Europa nog wel wil garanderen. In die context klinkt Kauffmanns stelling dat Europa “nu een reuzensprong moet maken, anders zijn we verloren” minder als Franse retoriek en meer als een harde samenvatting van de nieuwe machtsverhoudingen.