Gaat The Washington Post het redden?

The Washington Post is een bijzondere krant, in handen van een bijzondere familie (de Grahams) die er alles aan doen om het fameuze dagblad (ondermeer bekend van de Watergate-onthullingen die leidden tot het aftreden van president Nixon) in leven te houden. Want na jaren van succes (opzienbarende journalistiek en opzienbarende winstcijfers) is ook hier de krantencrisis een feit.  
Makkelijk is dat niet, de krant verloor in het eerste halfjaar van 2009 86 miljoen dollar en in de laatste 6 jaar werd het aantal verslaggevers teruggebracht van 900 naar 500 man (naar Nederlandse begrippen zijn beide cijfers ongehoord hoog). Hele katernen zijn inmiddels verdwenen om de strijd om het voortbestaan te kunnen winnen. 
Zoals overal waar het niet goed gaat, is bij de Post de koortsachtige speurtocht naar vernieuwing ingezet. Er is een nieuwe ambitieuze manager aangesteld, ook als tegenwicht voor de groep vergrijsde sterren die sinds jaar en dag aan de krant zijn verbonden en die al die tijd gewoon zijn blijven zitten . Zoals alle nieuwe managers heeft deze mevrouw (Katharine Weymouth, zie foto) uiteraard ook nieuwe ideeen. De meest recente strategie luidt “Being about Washington, for Washingtonians, and those affected by it.” Oftewel: wereldkrant wordt lokale krant. 
Vanity Fair verwacht dat de Post nog slechts enkele jaren heeft om te bewijzen dat ze kan voortbestaan, anders valt het doek. Wel staat volgens VF de Post er beter voor dan The New York Times,de eeuwige concurrent.  Want daar werken nog altijd 1.300 journalisten alsof er geen crisis is en leeft men veelal door op (te) grote voet. 
Niet in de laatste plaats heeft de Post-leiding de afgelopen jaren bewezen net ietsjes slimmer te zijn dan de familie Sulzberger van de NYT. Want nog maar enkele jaren geleden deden zij hun 50-procents aandeel in de International Herald Tribune van de hand aan de NYT voor 65 miljoen dollar. 
Geen slechte deal, nu de NYT voor deze verliesgevende krant jaarlijks 40 miljoen moet bijpassen.

Bron(nen):   Vanity Fair