Het debunken van Elvis gaat gewoon door

De liefhebber van Elvis Presley heeft al vele jaren last van tegenstrijdige gevoelens. Wat een ongelooflijk goede zanger is het toch, denkt hij bij het beluisteren van de Elvis-muziek. En wat een verschrikkelijke lul is het, zo houdt hij zichzelf voor bij het zien van documentaire beelden of bij het lezen van Elvis-boeken.
Nog betrekkelijk lang heeft de Elvis-entourage de vieze was binnenskamers weten te houden, maar in 1981 viel er niets meer te redden, bij de verschijning van Albert Goldmans Elvis-biografie. In dit boek werd met zo verschrikkelijk veel modder gegooid dat Elvis gewoon niet meer schoon viel te poetsen. 
Sinsdien zien we aan het Elvis-front twee terugkerende bewegingen. De Graceland-maffia, de nabestaanden zeg maar, gaat door met het oppoetsen van de mythe en weet daarmee tot de dag van vandaag fortuinen te verdienen, en er is ook een hele industrie ontstaan van Elvis-debunking waaraan voorlopig geen einde lijkt te komen. En die eveneens lucratief mag heten.
In deze laatste categorie moeten we het nieuwe Elvis-boek zien waar The Sunday Times vandaag gewag van maakt. Het heet Baby Let’s Play House: Elvis and His Women en u voet hem al komen.
Was Elvis het brave soldaatje dat voor zijn nummer naar Duitsland moest, terwijl zijn vriendinnetje Priscilla op hem zat te wachten? Geenszins. Elvis was in het geheel niet de ‘Southern gentleman’ waar een enkele stommeling hem wellicht nog steeds voor houdt; in de ban van de roem vergreep hij zich graag aan (andere) kleine meisjes en intussen zat Priscilla ook niet stil.
Veel hierover in The Sunday Times, zie het als een nieuw hoofdstuk van een kortstondig rock and roll-leven waar werkelijk heel veel lelijks over valt te vertellen. 
En nu terug naar de muziek.

Bron(nen):   The Sunday Times