Gouden kans voor Obama: Maak Amerika ietsje gelukkiger

Ik schrijf deze column in het vliegtuig onderweg van Washington naar Amsterdam. Die vlucht maak ik vaak.  En bij aankomst valt  elke keer weer op: Wat is Schiphol – vergeleken met bijna álle vliegvelden in de VS – een fantastisch vliegveld. Dan stap ik in de auto en rijd over een perfecte snelweg met boven de weg handige verkeersaanwijzingen. Al weer: Perfect!

‘t Valt u misschien niet op. Maar als je permanent in een transatlantische spagaat leeft, zie je het wel. Wat hebben we het in Nederland – vergeleken met de VS – in veel opzichten toppie voor elkaar!

We hebben niet alleen een betere infrastrucuur. En er is meer: Nederland is veiliger, gezonder, beter opgeleid en we hebben véél beter openbaar vervoer. En het belangrijkste: We zijn – het blijkt uit elk internationaal onderzoek – reuze  gelukkig. Landen met de hoogste belastingtarieven en actiefste overheid (zie ook Scandinavië) zijn het gelukkigst! Het kost een paar centen, maar dan heb je ook wat. Leuk hè?

Ik maak een sprongetje. Naar de State of the Union die president Obama vannacht houdt. Een soort Troonrede. Obama vertelt ons wat hij in zijn tweede (en laatste) termijn als president van plan is.

Durft Obama het aan? Een soort Deltaplan voor de infrastructuur? Met betere wegen, vliegvelden, bruggen, openbaar vervoer. ’t Is  hard nodig.  Maar het is ook linke soep want Obama gaat daarmee in tegen het Republikeinse evangelie dat Washington tientallen jaren (sinds Ronald Reagan) in een ijzeren greep hield. Kern van hun boodschap: Houdt de overheid klein. Voor je ‘t weet wordt Amerika immers zo’n ontaarde linkse, Europese verzorgingsstaat. Oh gruwel!

Wat vertelden de Republikeinen ons al die jaren? Belastingen zijn er om te verlagen (‘Belasting is diefstal’). Grote inkomensverschillen houden mensen scherp (‘Keep the fire in their belly’). De overheid moet zich niet met gezondheidszorg bemoeien (‘Socialism!’). Misdadigers sluit je levenslang op of executeer je (‘Protect our kids’). Wapenbezit laat je vrij (‘Self-defense’). Oh, en homo’s zijn ontaarde viezerikken (unnatural, ‘un-American’). En bezorgde milieubabbels zijn overdreven (‘Hobby van paniekerige, linkse softies’).

Dat ging lang redelijk goed. Tot 6 november. Toen de Republikeinen een ‘punch on the nose’ kregen. Obama won met glans. De grote vraag is nu of hij het land eindelijk ietsje aardiger, schoner, socialer en meelevender kan maken. Het zou tijd worden.

Obama geeft er de aanzet toe: Hij wil het homohuwelijk toestaan, striktere milieuregels en strengere wapenwetten invoeren. De verschillen tussen arm en rijk moeten kleiner worden. Immigranten krijgen – ook al zijn ze illegaal – meer rechten.

Obama krijgt een kans die Democraten lang niet hebben gehad. Wordt zijn erfenis een menselijker, minder hard Amerika?

De agenda die de Republikeinen met zo veel succes verdedigden, lijkt ineens zo gedateerd. Waarom katten ze altijd zo op de overheid die mensen immers ook helpt en beschermt? Intussen werd het land harder, asocialer en ongelijker. Steeds  was er een fanate binnenlandse oorlog (‘war): Tegen drugs, misdaad, terrorisme. Altijd tégen iets. Nooit vóór onderwijs, gezondheidszorg of milieu. Die rechtse agenda is nu dof uitgeslagen. Er groeit een jonge generatie op die het fanatieke gedram van de Republikeinen niet herkent.

 

Een gouden kans voor Obama. Maar oppassen! Hij moet de aantrekkingskracht van zijn linkse agenda niet overschatten en de macht van zijn rechtse tegenstanders niet onderschatten!

 

Obama kan zich – als hij het slim en bescheiden speelt – met zijn progressieve agenda  een ereplaats in de Amerikaanse politieke geschiedenis verwerven.  Voorwaar geen geringe prestatie in het oer-conservatieve land dat Amerika – ook na Obama’s toespraak van komende nacht – is en blijft.

Oh, en dat Deltaplan voor de infrastructuur? Gokje? Brug te ver. Voor nu.

Maar: Keep Hope Alive! Yes, you can.