Over de paus, Berlusconi, Ruud Gullit en Marco van Basten

HET IS WEER TIJD VOOR EEN ITALIAANSE PAUS

Vanavond treedt Josephus Ratzinger terug als paus en gaat Benedictus XVI met emeritaat. Een revolutionaire gebeurtenis. Het is zeshonderd jaar geleden dat een paus abdiceerde, en van vrije wil was toen waarschijnlijk geen sprake. Ratzinger vertrekt na raadpleging van het eigen geweten, en voerde zijn afgenomen geestelijke en fysieke krachten aan waardoor hij niet meer als kerkleider zou kunnen optreden.

 

Voor een 85-jarige een teken van gezond verstand. Toch betwijfelen velen of dit wel de echte reden is. Bij zoveel schandalen en zoveel duisternis in de katholieke kerk, moet er wel van een complot sprake zijn. Ook kerkhistorici hebben hun twijfels. Zij vragen zich af wat het gezag van de Heilige Vader nog zal zijn als hij zich terugtrekt, nog voor God hem naar de hemel heeft geroepen.

 

Mij lijkt er met het gezag dat Ratzinger heeft uitgeoefend weinig mis. In weerwil van zijn reputatie als ‘Gods rottweiler’ toonde hij zich een even bedachtzaam als beminnelijk paus, die nooit uit zijn rol viel. Ratzinger was misschien een tikje wereldvreemd en zeer conservatief, maar daarvoor ben je dan ook paus.

 

En dat vrijwillige vertrek kun je ook als een vorm van nederigheid zien en een blijk van – een modern begrip – education permanente. Benedictus XVI had Johannes Paulus II in zijn laatste jaren met de ziekte van Parkinson zien worstelen. Dat symboliseerde weliswaar het lijden van Christus waar de kerk ook voor staat, maar alleen maar oude breekbare mannen die van geen wijken weten is ook niet goed.

 

Dat riekt te veel naar de nadagen van het Kremlin, waar de Poolse paus juist het einde van het goddeloze communisme had helpen bespoedigen. Dat verdiende geen navolging, zeker niet van een Duitse paus, die zijn plaats in de wereld moet kennen.

 

In 1945 zullen maar weinig mensen dat voor mogelijk hebben gehouden, een paus uit Duitsland, het land van Luther (een ketter) en Hitler (de antichrist). Toch heeft het feit dat Ratzinger een Duitser was, en een conservatieve bovendien, opmerkelijk weinig weerstand gewekt. Dat is op zich al een wonder, na het wonderbaarlijke succes dat het pontificaat van Karol Wojtyla al was.

 

Vooral in Italië, waar het pausschap eeuwenlang een soort geboorterecht was, zou je denken dat Ratzinger het als Duitser moeilijk zou hebben gehad. Kijk eens naar de beledigingen die Silvio Berlusconi aan het adres van Angela Merkel (toch ook een soort engelbewaarder) heeft gebezigd, en de anti-Duitse tonen die we bij de afgelopen verkiezingscampagne hebben gezien.

 

Maar in Italië is, heel anders dan in de rest van Europa, Ratzinger nooit bespot en overheerste het respect. Zulk respect is niet bepaald een natuurlijke zaak, zeker niet in Italië, waar politici elkaar overtreffen in botheden en het gezag tot op de laatste draad is uitgekleed en geridiculiseerd. Silvio Berlusconi voerde voortdurend campagnes tegen ‘communisten’, ‘feministen’, ‘homoseksuelen’ en de rechterlijke macht, die altijd hem als hardwerkende zakenman dwars moesten zitten. Maar tegen de kerk ging hij nooit in.

 

Je zou zelfs kunnen zeggen dat de rooms-katholieke kerk hem voorafging. Voordat ooit iemand van Berlusconi had gehoord, was Johannes Paulus II allang mediapaus. Wie zei er dat de kerk van Rome niet modern was? Ze begrijpen in het Vaticaan hun schapen veel beter dan al die nieuwlichters van Forza Italia bij elkaar. Karol Woytyla hield ook al van voetbal voordat Berlusconi de baas werd van AC Milan. En met een Poolse paus had het Vaticaan al buitenlanders in dienst voordat Ruud Gullit en Marco van Basten hun opwachting in San Siro maakten en voor een revolutie in het cattenaccio zorgden.

We kunnen dus niet zeggen dat de Italianen niet luisteren naar de paus, en we kunnen ook niet zeggen dat ze nooit veranderingen willen. Zowel de Poolse als de Duitse paus genoten in Italië veel respect, hoewel ze geen Italianen waren, en ondanks alle schandalen waardoor de Kerk van Rome wordt geplaagd staan zij ook voor de waarden van de christelijke beschaving. Op dat punt laat de Italiaanse politiek nogal wat te wensen over, zeker zo’n indiscrete smeerpoets als Berlusconi, die overal lachend mee wegkomt. Dat laatste brengt heel Europa tot vertwijfeling, Brussel voorop.

Ook een Italiaanse Bankpresident in Frankfurt heeft geen verlichting gebracht, hoewel Mario Draghi de geldmarkten heeft beloofd heus alles te doen wat nodig is om de euro te redden. Maar de Italiaanse politici en de Italiaanse kiezers lappen al die afspraken aan hun laars. Misschien dat de nieuwe paus nog uitkomst kan bieden, de enige gezagsdrager die de losgeslagen Italianen nog wat discipline kan bijbrengen. Het conclaaf dat de komende maand een nieuwe paus moet kiezen, weet dus wat het te doen staat. Laat ons bidden voor een Italiaan. Na twee baanbrekende buitenlandse pontificaten is dat hoog tijd. Dan kunnen de katholieke kerk, Italië en Europa er weer zeshonderd jaar tegen.

2 Reacties Doe mee met de discussie →