Worden opa’s en oma’s overbodig? Google belangrijker?

Het was vast een slappe week in het Verenigd Koninkrijk toen de kranten schreven over een onderzoek naar de rol van grootouders. Het onderzoek dat zelf obsoleet leek werd uitgebreid besproken in de Daily Mail, de Telegraph en andere Britse kranten. Het ging allemaal om de vraag: zijn grootouders overbodig geworden? Daarvoor werden 1500 grootouders geïnterviewd en een derde daarvan had het idee dat google hen als bron van wijsheid, ervaring en kennis had vervangen.

Niets mis mee zou ik zeggen, want het merendeel van de grootouders gebruikt zelf ook google als ze iets willen weten. ´Slechts´ een op de vier grootouders was geraadpleegd door hun kleinkinderen met een vraag over hoe je de was doet, naaiwerk of familierecepten. Nou ja, om te weten hoe de wasmachine werkt kun je beter de handleiding raadplegen dan je grootmoeder die geen idee heeft waar alle knoppen voor dienen. Dat heeft niets met meet google te maken. En naaiwerk? Als grootouder doe je er beter aan te weten waar de dichtstbijzijnde vestiging van H&M te vinden is, want niemand naait vandaag de dag nog zijn kleren.

Slechts een derde van de grootouders was ooit gevraagd hoe het was toen zij jong waren. Ik ben zelf grootouder en ik herinner me niet dat ik ooit zoiets aan mijn grootvader of grootmoeder heb gevraagd. Vermoedelijk hebben de ondervraagde grootouders een wereldvreemde verwachting van het grootouderschap, want anders valt de conclusie dat 96 procent van hen zich herinnert vroeger veel meer aan opa en oma te hebben gevraagd. Daar gaat het allemaal niet om.

Als je nadenkt over de rol die grootouders in 2013 spelen, is er iets heel anders aan de hand dan de introductie van computerzoekmachines. Men spreekt tegenwoordig als het om de generatie van grootouders gaat over de sandwichgeneratie. Vijftig jaar geleden kwamen grootouders in een rustige fase van hun leven terecht, maar dat is drastisch veranderd. Al die fitte opa´s en oma´s worden nu vaak ingezet bij de management van het huishouden van hun werkende kinderen. Als ik mijn kleindochter van school haal en op het plein rondkijk denk ik dat een derde van de wachtenden van mijn leeftijd is. Zonder grootouders is het voor werkende ouders vaak niet eens mogelijk om hun gezin draaiend te houden. Kinderopvang is onbetaalbaar in Nederland.

Daar komt bij dat de ouders van de grootoudergeneraties meestal nog in leven zijn, tenminste een van hen. De gemiddelde levensverwachting ligt in Nederland immers boven de tachtig. Behalve voor hun kleinkinderen zorgen die grootouders daarom vaak ook nog eens voor hun eigen ouders die licht beginnen te dementeren. We worden vanzelf allemaal mantelzorgers.

Ik denk dat de mensen die dit overbodige onderzoek hebben bedacht niet in contact zijn met de werkelijkheid. Als de tijd verandert wordt ook de rol die grootouders in het gezin spelen anders en ze worden juist niet overbodig. Goed onderzoek laat zien dat de grootouders,  die bij de kleinkinderen betrokken zijn en meer tijd aan ze kunnen besteden dan de ouders die veel drukker zijn, een bijdrage leveren aan de emotionele stabiliteit van hun kleinkinderen. Dat doet google ze nog niet zo snel na en het is een stuk leuker dan uitleggen hoe je kousen stopt.

 

Ivan Woffers is hoogleraar, arts en publicist