Angst voor de vrijheid

Het moderne bestaan biedt geen vaste grond onder de voeten. De economie veroorzaakt onzekerheid, we zijn bang voor vreemdelingen, de terroristische dreiging maakt ons angstig, het ongebreidelde gebruik van wetenschap en techniek zet alles op losse schroeven, de globalisering zwengelt onzekerheid aan. Zelfs ons biologische bestaan is niet in staat zekerheid te bieden. We zijn immers sterfelijk.

Waarom zijn we eigenlijk zo bang voor elke vorm van onbestendigheid? Waarom die drang om alles te willen beheersen? Leven en dood, heden en toekomst, lichaam en geest, denken en voelen. Is het genieten van macht? Wellicht de drang controle te willen uitoefenen? Of is het puur angst, een duizeling voor de vrijheid – zoals de Deense filosoof Søren Kierkegaard reeds in het midden van de negentiende eeuw constateert?

Het leven ligt niet vast, alles is onbestendig, toevallig. Daarom zoeken we naar allerlei manieren om enige zekerheid in dit absurde bestaan te bieden. Wetenschap en techniek, economie en ethiek, de cultus rondom seksualiteit. Het zijn allemaal stabiliseringsmiddelen om het menselijk lot te kunnen beteugelen. Voor die hunkering naar zekerheid betalen we een hoge prijs. Zekerheid gaat namelijk altijd gepaard met vrijheidsbeperking. Als men zich van buitenaf met behulp van allerlei kunstgrepen massaal op het individu stort ontstaat inderdaad meer zekerheid. Tegelijkertijd worden de grenzen van de vrijheid steeds strakker aangetrokken en leveren we daardoor langzamerhand meer en meer van ons mens-zijn in. Indien de vrijheid wordt versmald zal de angst voor diezelfde vrijheid ontaarden in een radicale omverwerping van elke grens en uitmonden in een verkrampte zoektocht naar zekerheid. Wetenschap en techniek, de markteconomie en seksualiteit zijn dan de ultieme boodschappers van het nieuwe houvast. Is dat de bedoeling van de vooruitgang?

Zowel de oude Grieken als de joods-christelijke boodschap waarschuwen ons voor een teveel aan kennis en zekerheid. De westerse cultuur is ontstaan uit deze twee historische bronnen, maar heeft de waarschuwing in de wind geslagen en zich overgegeven aan een mateloze machtsuitoefening die ons in een coma-achtige toestand houdt. De arrogantie van het humanisme. Zijn we wel in staat met onze eigen kennis en onze eigen ideeën om te gaan? Kunnen we de vrijheid wel hanteren? Dat zou ook de politiek zich moeten afvragen om de macht van de markteconomie te kunnen ontrafelen.

Hoe meer we ons richten op rationalisaties, des te minder blijken we te kunnen omgaan met onbestendigheid en onvoorziene omstandigheden. We willen controle uitoefenen en raken daardoor hopeloos gefrustreerd als zich verrassingen voordoen. Voorspellen. Geen onzekerheid. De economie (CPB), de toekomst van een kind (Cito), je levensverwachting (gezondheidszorg). Alles is berekenbaar. Zekerheid, daar gaat het om.

Prometheus stal het vuur (symbool van het verstand) van de Griekse goden en gaf het aan de mens. Zeus bond hem vast aan de rotsen van de Kaukasus, waar zijn lever elke dag werd uitgepikt door vogels en daarna telkens weer aangroeide. De moderne Prometheus is ontketend. Hij beheerst het hele leven en drukt het individu te pletter om onzekerheid uit te bannen. Deze soort mens is een achterhaald concept. Hij is immers levensgevaarlijk voor zichzelf, want wie zijn grenzen niet kent, speelt met het verpletterende lot. We kunnen ons daarom afvragen of de mens nog wel mens is als we uit angst voor de vrijheid voortdurend pogen de onzekerheid te elimineren. Als we niet meer weten om te gaan met onbestendigheid en de toekomst alleen nog maar voorspelbaar is, moeten we ons dan niet afvragen of al die kennis en zekerheden in plaats van een verrijking wellicht een verarming voor onze vrijheid zijn? Is vrijheid überhaupt een zegen?

Omdat de existentie vooraf gaat aan de essentie, moet het individu zichzelf voortdurend in projecten ontwerpen. We zijn nu eenmaal veroordeeld tot vrijheid. Waarom echter die verkrampte jacht naar zekerheid? Om de angst voor de vrijheid te verdoezelen? Het Prometheïsche vuur hoeven we niet te doven, kennis en regels zijn nu eenmaal nodig om de angst voor de vrijheid niet te laten ontaarden in absolute chaos. Maar een behoorlijke portie onbestendigheid is noodzakelijk om ons mens-zijn te hernieuwen en de eigen vrijheid vorm te geven. Het menselijke wordingsproces vereist een gok, een sprong in de diepte die onzekerheid tracht te overmeesteren als het fundament is weggeslagen, maar die ook telkens weer open breekt en een nieuwe sprong in de vrijheid noodzakelijk maakt. Dit verloopt botsend, in breuken, met explosies en weerstand. Het is een permanente reconstructie van tegenstellingen en veranderingen, van vormen die voortdurend worden bijgesteld en opnieuw worden gemodelleerd.

Geen lof der zekerheid dus, maar een gereviseerde lof der onzekerheid maakt ons menselijker. Breekbaar, teer en nietig. Kortom: menselijk…

Bron(nen):   Etienne Kuypers  Speakers Academy  Boeken Etienne