Inefficiënt en schadelijk: The Ocean Cleanup nu al mislukt?

Vanaf dag 1 krijgt The Ocean Cleanup, het project van Boyan Slat om de oceanen plasticvrij te maken, kritiek van wetenschappers. Niet alleen vormen de lange buizen, die in zee drijven, een gevaar voor het zeeleven, ook ruimen ze nauwelijks wat op. De Correspondent komt na een uitgebreide analyse tot een vernietigend oordeel.

Wat is het?
Op dit moment ligt er één 600 meter lange U-vormige buis met een meters diep plastic scherm eraan in de Grote Oceaan. Deze Wilson, zoals het apparaat is gedoopt, wordt voortgestuwd door wind en golven en moet alle plastic dat het op zijn weg tegenkomt, opruimen. De uitvinder ervan, de jonge Nederlander Boyan Slat, wil opschalen naar 60 Wilsons. De 24-jarige Slat kreeg veel steun uit de hele wereld voor zijn Ocean Cleanup en haalde zeker 50 miljoen euro op, waaronder enkele tonnen rechtstreeks van de Nederlandse overheid.

Wat is het probleem?
Biologen en ecologen zijn al vanaf de start van het project bezorgd om al het zeeleven dat door grijpgrage Wilson wordt meegenomen. Bovendien vinden ze het apparaat niet effectief. Kwalbioloog Rebecca Helm van de Universiteit van North Carolina stelt dat het project op het punt staat om naast het plastic een heel ecosysteem op te ruimen. “Alsof je een bulldozer een bos plat laat maaien omdat er stukjes ballon in de boomtakken zitten,” schrijft ze. Een van de eerste foto’s die The Ocean Cleanup eerder deze maand nota bene zelf plaatst om succes aan te tonen, bewijst dat ze gelijk heeft: er drijven inderdaad allerlei zeedieren tussen het plastic.

Neuston
Beestjes die zich aan de oppervlakte in zee bevinden vormen een belangrijke voedselbron voor vissen en vogels. Ze drijven op precies dezelfde plaatsen als het plastic. Biologen achten de kans dus aanzienlijk dat de honderden soorten neuston mee worden genomen door Wilson.

Viseitjes
Het scherm veegt naast plastic ook plankton samen. Als daar kwallen tussen terechtkomen, hebben die een feestmaal waardoor ze zich razendsnel voortplanten. Het nageslacht eet weer alle viseitjes op.

Vogels en vissen
Alles wat in zee drijft trekt dieren aan. Vissers weten dat als geen ander. Het kan dus zijn dat allerlei vogels en vissen worden aangetrokken door de plasticvangers en zo nog meer plastic binnen krijgen dan normaal.

Boyan Slat is hier al jaren van op de hoogte. Zo zegt onder meer oceaanplastic-expert Marcus Eriksen tijdens een Skypegesprek met Slat in 2014 al dat The Ocean Cleanup ‘waarschijnlijk meer dieren gaat vangen dan plastic’.  

Als de Correspondent om een reactie vraagt, reageert de woordvoerder enkel met: “Als absolute zekerheid een voorwaarde is iets te gaan doen, doe je nooit wat.”

Wat zijn de opbrengsten?
Duidelijk is dus dat de risico’s voor het zeeleven aanzienlijk zijn, maar wat zijn de opbrengsten van The Ocean Cleanup? Het plan is om de komende vijf jaar 8.000 ton plastic per jaar op te ruimen. Volgens de VN produceren mensen jaarlijks 300 miljoen ton plastic. Daarvan belandt zo’n 8 miljoen ton in de oceaan. In het gunstigste scenario ruimt de plasticvanger van Slat daar dus 0,1 procent van op. Wil je alles opruimen dan is er nog 500 tot 700 miljard euro extra nodig voor gelijksoortige projecten, berekenden twee ecologisch economen.

Maar veel beter zou zijn, zo zeggen wetenschappers al jaren, om het plastic op te vangen op de plaatsen waar het in het water belandt, bij kusten en riviermondingen. Je vangt dan niet alleen veel méér plastic, het heeft bovendien nog weinig kans gehad om in de buik van een vis terecht te komen.

Conclusie
Het project kost nu al tientallen miljoenen euro’s. Slechts een promillage van het plastic wordt er mee opgeruimd. Er is een aanzienlijk risico dat er veel belangrijk zeeleven het loodje legt. Bovendien is er een behoorlijke hoeveelheid CO2-uitstoot door alle motorboten die de plasticvangers moeten monitoren. Daarnaast zijn er volgens wetenschappers veel efficiëntere en milieuvriendelijkere methodes om plastic op te ruimen. Dus, hoe sympathiek ook, The Ocean Cleanup lijkt niet zo’n briljant idee als gedacht en gehoopt.

 

Bron(nen):   De Correspondent