Na de eikenprocessierups komen ook de tijgermug, de reuzenteek en de buxusmot

We staan aan de vooravond van veel jeuk en dorre bomen. Het is nu twee graden warmer dan een eeuw geleden en we hebben het weer dat destijds in midden Frankrijk was. En dus rukken beestjes op die van dat weer houden. „Er is een massale volksverhuizing gaande in de Europese natuur”, zegt Arnold van Vliet, bioloog aan Wageningen Universiteit, en tevens voorzitter van het Kenniscentrum Eikenprocessierups tegen NRC. Een verwante soort, de dennenprocessierups is al opgerukt tot in de Belgische Ardennen. „En die heeft nóg meer haren dan de eikenprocessierups”, zegt Van Vliet.

Ook de Aziatische tijgermug wil zich hier graag vestigen. Die kan ziektes als chikungunya, dengue en zika overbrengen. wijd verspreid in Afrika en Azië en ook in het zuiden en oosten van Europa, kan het gevaarlijke krim-congovirus overdragen. Ook de buxusmot heeft de weg naar Nederland inmiddels gevonden; zowat alle buxus in tuinen is weggevreten.

Naast de warmte speelt ook de ingestorte biodiversiteit een rol. Er zijn te wenig vijanden van de nare beestjes die daardoor vrij hun gang kunnen gaan.

In Nederland woedt nu een heuse jeukgolf,  blijkt uit nieuwe cijfers van het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (Nivel). Normaal melden zich wekelijks ongeveer twintig op de 100.000 mensen bij de huisarts met jeuk, maar afgelopen week waren dit er zo’n 85.