“In het dierenrijk is homoseksualiteit doodnormaal”

Er blijven mensen, gelovigen en ongelovigen, denken dat homoseksualiteit niet natuurlijk is. Volgens de gelovigen: niet de bedoeling van de Schepper, Allah, God.

In 1911 observeerde de Brit George Murray Levick op de zuidpool homoseksuele handelingen tussen enkele mannelijke adeliepinguïns, een kleine, zwart-witte soort. “Pervers”, omschreef de poolreiziger onomwonden zijn eigen observaties, waarna de bewuste vaststellingen ook uit de officiële publicatie werden geschrapt.

Dit weekend worden de bezoekers in Artis langs de ‘queerimals’, of de homoseksuele dieren gegidst, schrijft HLN. “Eigenlijk zou elke zoo zulke rondleidingen kunnen organiseren. Want in elke dierentuin kan je verschillende vormen van seksualiteit tonen. Homoseksualiteit in het dierenrijk is alomtegenwoordig”, zegt Charlotte Vermeulen, de Artis-biologe die gespecialiseerd is in het onderwerp.

“Let wel: daarbij gaat het niet alleen louter om copulatie. Bij dieren komt homoseksueel gedrag in verschillende vormen voor, van hofmakerij en elkaar likken of besnuffelen, of – zoals bij giraffen -de nekken verstrengelen, over samen een ei uitbroeden, tot seksuele handelingen zoals elkaars genitaliën likken, elkaar berijden zoals bij bonobo-vrouwtjes, tot daadwerkelijk copuleren. Dat laatste werd intussen bij heel wat vogelsoorten waargenomen.

Intussen werd bij 1.500 verschillende diersoorten vormen van homoseksueel gedrag vastgesteld. “Maar ongetwijfeld zal die teller de komende jaren nog flink oplopen”, vermoedt de biologe. “Want bij die 1.500 gerapporteerde dieren gaat het alleen nog maar om vogels en zoogdieren. Ook bij liefst 85 procent van de insectensoorten staat intussen vast dat mannetjes elkaar geregeld bestijgen.”

Kortom: er wordt in de natuur massaal gezondigd tegen gods ordening