Donkere wolken boven de camping, een paar dreunen in de verte en overal hetzelfde ritueel: stoeltjes naar binnen, luifel inrollen en snel de
camper of caravan in. Logisch, want binnen voelt veilig. Maar schijn bedriegt.
Veel vakantiegangers gaan ervan uit dat een camper dezelfde bescherming biedt als een gewone auto tijdens
onweer. Dat klopt lang niet altijd.
Het verschil zit in iets waar bijna niemand bij stilstaat: het materiaal van de opbouw. Een personenauto bestaat grotendeels uit staal en werkt daardoor als een zogeheten kooi van Faraday. Bij een blikseminslag wordt de elektrische lading via de buitenkant afgevoerd, waardoor de inzittenden relatief beschermd blijven.
Bij moderne campers en vrijwel alle caravans ligt dat anders. Het leefgedeelte is vaak opgebouwd uit glasvezelversterkte kunststof of andere lichte materialen. Comfortabel en zuinig, maar zonder dezelfde gesloten beschermende werking als een stalen carrosserie.
Ook buscampers hebben een zwakke plek
Bestuurders van buscampers denken misschien dat zij buiten schot blijven. In theorie hebben zij meer bescherming dankzij de originele stalen carrosserie van de bestelbus.
Maar juist de populaire extra’s kunnen die bescherming verminderen. Denk aan slaaphefdaken, grote dakramen of uitklapbare constructies van kunststof. Tijdens onweer geldt daarom een simpele regel: alles dicht en geen uitstekende delen.
Waar kun je dan wél schuilen?
Op een camping is een stevig stenen gebouw meestal de veiligste keuze. Denk aan het sanitairgebouw, de receptie of een andere vaste constructie.Kun je nergens heen en moet je in de camper blijven? Kies dan bij voorkeur de bestuurderscabine, houd ramen en dakconstructies gesloten en raak geen metalen onderdelen aan.
Nog een tip die veel schade kan voorkomen: haal bij naderend onweer de walstroom los. Spanningspieken via de campinginstallatie kunnen elektronica en accu’s in korte tijd beschadigen.