"Nieuwe Unesco-chef is een nachtmerrie"

Er zijn heel veel goede redenen om te betreuren dat de Egyptische minister van cultuur Farouk Hosni op het punt verkozen te worden tot nieuwe topman van de Unesco. Veel meer dan enkel zijn anti-Israëlische uithalen en zijn oproep om boeken in het Hebreeuws te verbranden. (Zie tweede link voor een eerder stuk op Welingelichte Kringen.)
In een hoofdredactioneel commentaar stelt The Wall Street Journal dat de wereld zich niet van de wijs moet laten brengen door het charme-offensief van Egypte. Dat land doet er alles aan om de anti-Israëlische uitspraken van Hosni in een ander daglicht te plaatsen, onder meer door de restauratie van een belangrijke synagoge in Caïro weer ter hand te nemen.
Die inspanningen kunnen niet verhullen dat de Egyptische minister een bedenkelijke Unesco-topman zal zijn. Sinds hij in 1987 minister werd, zijn onder leiding van Hosni duizenden schrijvers, bloggers, musici, filmmakers en andere kunstenaars gemarteld, vervolgd, gevangen gezet en verbannen. De overige 80 miljoen Egyptenaren werd de toegang ontzegd tot ieder idee dat de regering onwelgevallig was. Het is alsof een kat wordt belast met de bewaking van een vleesschotel.
Hosni heeft tegen het persbureau AFP gezegd dat hij kan rekenen op 32 van de 58 stemmen in de executive council van de Unesco. De stemming vindt later halverwege deze maand plaats.
Een terughoudender mening verkondigt columnist Roger Cohen in The New York Times. Hij noemt het opvallend at zowel de Verenigde Staten en Frankrijk als Israël zich niet verzetten tegen de kandidatuur van Hosni. En met reden, zegt Cohen, want het is beter Hosni binnen te halen en hem dan bij te sturen, dan weer een nieuwe ‘anti-Westerse, anti-imperialistische’ rel te ontketenen.

Bron(nen):   The Wall Street Journal  Welingelichte Kringen