Met de complimenten van Bono

De trouwe lezers van Welingelichte Kringen kan het niet ontgaan dat wij met regelmaat verwijzen naar The New York Times. Die krant biedt 7 dagen per week een rijk palet aan analyses, columns, reportages en achtergrondartikelen waar je soms stil van wordt. Hoge kwaliteit, hoge standaard, beschaafd, intelligent, nieuwsgierig, vakbekwaam – de opsomming met complimenten zou nog een stuk langer kunnen zijn, maar hier laten we het even bij.
En de politieke kleur? 
Het spijt ons, maar zoiets is eigenlijk van ondergeschikt belang. Misschien is de krant wel erg progressief, of erg anti-Bush, of wel erg pro-Obama, of wel erg in de ban van het groene geloof; alle kritiek is mogelijk maar hoog daarbovenuit torent een journalistiek vlaggeschip dat van ongekende kwaliteit is. 
Betekent dit dat er nooit een fout in staat, of dat ter redactie nimmer een faux pas wordt begaan? Natuurlijk niet, de samenstellers van The New York Times zijn ook maar mensen en ondanks hun hoge standaard slipt er wel eens een stuk doorheen, waarvan je denkt: wat moet dat? Welke onverlaat heeft dit bedacht? Heeft echt niemand tegen de chef gezegd: dit kun je niet maken?
Ach, laten we het niet langer zo mistig houden en overgaan naar de praktijk – dan snapt u in een keer wat we bedoelen.
Achter de link treft u een opinieartikel aan van Bono. Staat vandaag in de NYT.
Bono? Die maffe zanger met z’n onnozele derde-wereld-praat? 
Ja die.

Bron(nen):   The New York Times