Een pauselijke bekering

Te midden van alle opwinding over de kerkelijke seksschandalen, een genuanceerd tegengeluid. Toegegeven:het komt van John L. Allen Jr., oud-correspondent van The National Catholic Reporter en auteur van het boek "The Rise of Benedict XVI", maar het staat op de opiniepagina van The New York Times, dezelfde krant die vorige week met de onthullingen kwam over een Amerikaanse priester die tussen 1950 en 1974 tweehonderd dove jongens misbruikte. Betrouwbare bronnen dus. 
Allen legt geduldig uit dat Joseph Ratzinger wat betreft de seksschandalen niet alleen onderdeel is van het probleem (toen hij kardinaal was in München werd hij al met een onverkwikkelijke pedofiele kwestie geconfronteerd), maar ook van de oplossing. Om dat laatste te volgen moeten we ongeveer tien jaar terug, naar 2001, toen de voorganger van Benedictus XVI, de grote Poolse paus Johannes Paulus II, de Congregatie van de Geloofsleer belastte om dit soort misbruikzaken aan een nader onderzoek te onderwerpen. Het hoofd van die Congregatie: Joseph Ratzinger. 
Daarvoor hield het Vaticaan altijd grote afstand tot het type schandalen dat afgelopen maand aan het licht is gekomen en werd er bij voorkeur weggekeken. Na aanvankelijke aarzeling, die te maken hadden met zorgen om het behoud van allerlei kerkelijke juridische formaliteiten, ging Ratzinger ‘om’, en keurde hij directe bestuurlijke maatregelen vanuit de kerk goed in ongeveer zestig procent van de gevallen die aan de Congregatie werden voorgelegd. Daarmee werd de Congregatie van de Geloofsleer volgens kerkelijke insiders de drijvende kracht achter een beleid van ‘zero-tolerantie’ jegens dit misbruikgevallen die voorheen vanzelf in de doofpot belandden. 
Nadat Ratzinger tot paus werd verkozen, maakte hij de bestrijding van seksueel misbruik door kerkelijke ambtsdragers tot een prioriteit. een van zijn eerste daden was het discilineren van twee hoge geestelijken tegen wie al decennia beschuldigingen over seksueel wangedrag de ronde deden, en voorheen tot op het hoogste niveau bescherming genoten. Ook is hij de eerste paus die in 2008 slachtoffers van seksueel misbruik heeft ontvangen, in de Verenigde Staten en Australië, en die een heel document heeft gewijd aan de crisis rond de seksschandalen, zijn herderlijke brief aan de katholieken in Ierland.
Natuurlijk gaat dit de buitenwacht veel te langzaam. Maar de katholieke kerk, die de afgelopen tweeduizend jaar al voor heel wat hetere vuren heeft gestaan, heeft zijn eigen tempo om zich aan de moderne tijd aan te passen. En volgens Allen verdient Benedictus krediet, en is het veel te voorbarig om juist herm aan het kruis te nagelen. 
Anderzijds: deze week is het goede vrijdag en gebeurde bijna twee millennia geleden in het Heilige Land niet hetzelfde met Jezus Christus? Wat dat betreft past het lot van Benedictus in het eeuwenoude zelfbeeld van de Kerk en in een gelouterde christelijke traditie.

Bron(nen):   The New York Times