PVV versus Tea Party

Bijzonder opiniestuk dit weekend in NRC Handelsblad van James Kennedy, hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam (eerder bekleedde hij een leerstoel aan de VU), schrijver van een baanbrekend boek over de jaren zestig (Nieuw Babylon in aanbouw), Amerikaan van geboorte en bovenden bijzonder gereformeerd.
Kennedy wil het populisme in Nederland en de Verenigde Staten met elkaar vergelijken en ook al verzuimt hij te melden wat populisme nou eigenlijk is (laten we zeggen: volkse politiek), hij komt met interessante inzichten.
Met het aanstaande kabinet komt de Nederlandse politiek in nieuw vaarwater, zegt Kennedy, en is het gedaan met de tamelijk elitaire en sterk anti-populistische houding die de Nederlandse politiek lange tijd kenmerkte. 
Net als in andere landen is door de opkomst van een grote populistische beweging hier het politieke centrum sterk ondermijnd. Dat zie je ook in de Verenigde Staten waar de Republikeinse Partij door toedoen van Tea Party-beweging een ruk naar rechts maakt en zo wordt ook in de VS de scheiding der geesten alleen maar groter. 
Wel zijn er opvallend weinig overeekomsten tussen de PVV en de Tea Party. Zo heeft de PVV een sterke leider en geen leden, terwijl de Tea Party-beweging geen leiders kent en bestaat uit 800 lokale organisaties die zich fel onafhankelijk presenteren. Verder richt de Tea Party zich vooral op economische vraagstuken en op de invloed van de overheid, terwijl de PVV zich juist profileert op het integratievraagstuk.
Dat laatste is het omgekeerde van wat je zou verwachten, vindt Kennedy: bij een Europese beweging staat het voeren van een cultuurstrijd centraal, niet bij de Amerikanen. 
Wat hem verder opvalt is de afwezigheid van debat tussen Tea Party en het politieke establishment. De gevestigde politiek verkeert in Amerika een impasse waar het de kwesties betreft die de Tea Party aanroert, maar tot een gesprek komt het niet. Dat is in Nederland heel anders. Ook bij meningsverschilen zijn partijen hier bereid bij elkaar aan tafel te zitten en tot een vergelijk te komen. Het polderen gaat gewoon door en daarin schuilt volgens Kennedy een heus gevaar. 
De hang naar consensus zal er hier toe leiden dat oudere, respectabeler partijen zich met de PPV aansluiten in een anti-islam politiek – dat samen optrekken zit erin gebakken – en zo wordt het front steeds groter dat ten strijde trekt tegen minderheden hier – met als uitkomst: steeds meer blijken van racisme, xenofobie, nationalisme en anti-intellectualisme. 
De Tea Party daarentegen is helemaal niet tegen immigratie. Er heerst in de VS een open blik op het fenomeen ‘gedeeld burgerschap’ en de vaak bekrompen wijze waarop hier wordt aangekeken tegen mensen die van elders komen en die steeds maar moeten horen hoe ze voorbeeldige Nederlanders dienen te worden, is zelfs de eenvoudige en vaak slecht opgeleide theedrinkers volstrekt vreemd. 
Conclusie: zo benepen als het Nederlandse populisme is, is het nergens. 

[Niet online beschikbaar, wel te koop in de kiosk]