Volkskrant prijst Van den Endes theaterliefde in redactoneel commentaar

Voor het eerst wijdt de Volkskrant een lovend redactioneel commentaar aan Joop van den Ende. Aanleiding: diens opvallende imagoverandering, van mediamagnaat tot kunstmecenas.

Theaterliefde
Kunstwereld mag inspiratie putten uit Van den Endes huzarenstukje

Van een supercommercieel ondernemer naar een alom gewaardeerd kunstmecenas – Joop van den Ende heeft de afgelopen jaren doeltreffend gewerkt aan een opvallende imagoverandering. Met als tastbaar resultaat een prachtig nieuw theatergebouw in het centrum van Amsterdam. Het DeLaMar Theater gaat eind deze maand open, in koninklijke aanwezigheid. Vanaf dan beschikt de culturele hoofdstad van het land eindelijk over een redelijk aantal theaterzalen.

Voordat er nog maar één scène is gespeeld en één noot is gezongen, is nu al duidelijk dat Van den Ende met de  financiering door zijn VandenEnde Foundation (65 miljoen euro) een prestatie van formaat heeft geleverd. Van het intieme restaurant tot de grote musicalzaal – het is allemaal met kennis van en liefde voor het theater bedacht en uitgevoerd. De nodige tegenslag heeft deze culturele bouwmeester er niet van weerhouden een nog mooier en beter geoutilleerd theater neer te zetten dan aanvankelijk de bedoeling was.

Het nieuwe theaterparadijs laat zien hoe met particulier geld een culturele voorziening voor een breed publiek gerealiseerd kan worden. In een tijd van bezuiniging op kunstsubsidies ligt het voor de hand aan het DeLaMar een voorbeeldfunctie te geven. Kom op, dames en heren mecenassen, schenk uw geld aan kunst! En kom  op, dames en heren kunstenaars, kom uit uw ivoren torens en schud uw toekomstige geldschieters de hand.

Een betere afstemming van vraag en aanbod aan particulier geld voor kunst is dan ook zeker gewenst. Kunstbazen als Pierre Audi en Ivo van Hove moeten om de tafel met John de Mol en Sylvia Tóth. Tegelijk moet vermeden worden dat het kunstbedrijf wordt opgezadeld met een skyboxcultuur, waarin de man of vrouw met de dikste portefeuille de grootste mond heeft.

In de terechte euforie over Van den Endes uitgekomen jongensdroom mag niet vergeten worden dat veel kunstenaars simpelweg subsidie nodig hebben om überhaupt kunst te kunnen maken. Het is onterecht hen weg te zetten als lieden die alleen maar hun hand ophouden en wat aanrommelen. Ook in de gesubsidieerde kunst wordt al een aantal jaren keihard gewerkt om meer eigen inkomsten te genereren en een breder publiek aan te boren. Er is niet één kunstenaar die liever in de WW loopt dan kunst te maken.

Bron(nen):   de Volkskrant