Hoe Geert Wilders aan zijn mensen komt

Onder de nieuwe PVV-Kamerleden bevindt zich een relatief groot aantal beroepsmilitairen die als twee druppels water lijken op Wilders’ lijfwachten. Blijkbaar is Wilders gesteld geraakt op dit type  gedienstige ‘kleerkasten’.
In de Volkskrant schetst Meindert Fennema, hoogleraar politieke theorie van etnische verhoudingen en auteur van Geert Wilders. Tovenaarsleerling, de factoren die de selectie van PVV-Kamerleden negatief hebben beïnvloed. Fennema vraagt zich af hoe het komt dat de PVV zoveel mensen aantrekt tegen wie aangifte is gedaan wegens bedreiging, verbale intimidatie, geweldpleging, of economische delicten. Hij noemt drie factoren:

1. De PVV heeft het stigma van fascisme en racisme, waardoor veel sympathisanten niet openlijk voor hun mening durven uitkomen.

2. Wilders heeft geen wortels in de samenleving. Hij werkt al 20 jaar in de Tweede Kamer. Dat is zijn lust en zijn leven. Ook toen hij nog in de VVD zat, werkte hij dag en nacht in het Tweede Kamergebouw, zijn vrienden werkten daar ook. De enige van buiten de politiek met wie hij omging, was zijn vrouw, een Hongaarse.
Contact met Henk en Ingrid had hij niet. Bij de rekrutering kon hij dus alleen putten uit een netwerk van mensen die tot de politieke elite behoorden. En daar had hij nu juist een hekel aan gekregen. 


3. Sinds hij permanent bewaakt moest worden, is hij bijna een politieke gevangene, die nergens kan komen zonder bewaking. Daardoor is zijn contact met de maatschappij zeer beperkt. Het Binnenhof werd voor hem een open inrichting, met de Tweede Kamer als recreatiezaal.

Drie strategische keuzes hebben volgens Fennema de kwaliteit van zijn ‘personeelsselectie’ negatief beïnvloed:
1. Wilders wilde ‘geen LPF-achtige toestanden’ en heeft daarom het rekruteringsproces geheel in eigen hand willen houden. De tweespalt in de PVV-fractie maakte dat Wilders zijn nieuwe mensen primair op loyaliteit selecteerde. Mensen die zich kritisch opstelden, werden van de lijst afgevoerd. De angst de controle te verliezen in de fractie moet Wilders minder waakzaam hebben gemaakt voor  zwakke plekken in het karakter of het cv van potentiële kandidaten.

2. Wilders wil het ‘grachtengordelgehalte’ van de PVV zo laag mogelijk houden. ‘Gewone mensen’ zouden de PVV-fractie moeten vormen, geen mensen uit de politieke elite, ook niet als ze daarmee gebroken hadden. 


3. Onder de nieuwe kandidaten bevindt zich een relatief groot aantal jonge beroepsmilitairen. Zij vertonen een frappante gelijkenis met Wilders’ lijfwachten met wie hij lief en leed deelt.

Fennema vraagt zich af of Wilders gesteld is geraakt op dit type ‘kleerkasten’ die in de omgang met hun meerdere vaak zorgzaam en gedienstig zijn. Lucassen werd door zijn ex-vriendin omschreven als een ‘lieve, betrokken en zorgzame man’. Een man in ieder geval die voor ‘meneer Wilders’ door het vuur zou gaan.
‘Is het verwonderlijk dat iemand die zo zwaar bewaakt wordt, gewend raakt aan de veilige omgeving van mannen met oortjes, die een levend schild vormen? Dat hij die sportschooltypes niet associeert met agressie, maar juist met veiligheid?’ 


En toch vormen juist zij volgens Fennema voor Wilders een politiek veiligheidsrisico. ‘Hun agressiehuishouding is vaak niet op orde, misschien door een hoog testeronniveau, misschien door de groepscultuur in het leger, misschien ook door traumatische ervaringen op ‘vredesmissie’.

De PVV-fractie omvormen tot beveiligingsdienst, stelt de hoogleraar, lijkt geen begaanbare weg. ‘Al was het maar omdat ‘meneer Wilders’ dan van zijn fractie helemaal geen tegenspel meer krijgt. Om van de imagoschade voor de PVV, maar ook voor het leger, nog maar te zwijgen.’

Bron(nen):   de Volkskrant