Waarom Joden zoveel Nobelprijzen winnen

De Nobelprijs voor de scheikunde gaat dit jaar naar de Israëliër Daniel Shectman. Hij is al de zoveelste Jood die een Nobelprijs wint, en er is niemand die er nog van opkijkt. Maar liefst 1 op de 3 Nobelprijzen wordt door Joden gewonnen. Dit jaar werden zelfs 5 van de 7 Nobelprijzen gewonnen door Joden.

Hoe komt het dat zoveel Joden een Nobelprijs winnen, want met amper 15 miljoen Joden op de wereld maken ze slechts een magere 0,2% van de wereldbevolking uit. Toch krijgen ze het voor elkaar om maar liefst 30% van de Nobelprijzen te winnen sinds 1901. Toeval kan het dus niet zijn.

Sommige Joden geloven graag dat ze extra intelligent zijn en dat dit genetisch bepaald is. Dat werd echter al ontkracht door een onderzoek waarbij niet-Joodse kinderen door Joodse gezinnen werden geadopteerd. Deze presteerden net zo goed als ‘echte’ Joodse kinderen.

De Joodse wetenschappers John Haldane en Norbert Wiener beweren echter dat er wel degelijk een vorm van genetische selectie heeft plaatsgevonden. Vroeger trouwden de meest intelligente Joodse mannen met dochters van rijke families. Door de combinatie van intelligentie en rijkdom was het voor deze families in tijden van epidemieën en armoede makkelijker om zich tegen kindersterfte te behoeden. Hierdoor konden intelligente Joodse mannen hun genen in grotere aantallen doorgeven aan het nageslacht dan de minder intelligente Joden.

Dat mag dan wel zo zijn, maar dat wil nog niet zeggen dat er een Joods intelligentie-gen bestaat. Het zegt wel iets over het belang dat ze hechten aan opvoeding en studie. Zo waren de Joden die vanuit Oost-Europa naar Amerika kwamen meestal erg arm. Goed presteren in onderwijs en wetenschappen was vaak hun enige mogelijkheid om hogerop te komen. Daarom is het behalen van goede cijfers erg belangrijk binnen Joodse gezinnen. Ze creëren een goede leeromgeving waarin kinderen met aanleg ook daadwerkelijk de kans krijgen om zich te ontplooien.

Bron(nen):   De Standaard