Helaas, euro en democratie zijn een hachelijke combinatie

In 2 eurolanden is de democratie al vast op een laag pitje gezet: in Griekenland en Italië hebben regeringen van ‘technocraten’ de macht gekregen. Eerder was er al razernij ontstaan onder de Europese elite omdat het Griekse volk zou mogen meebeslissen. De euro is niet voor het volk of voor politici, de munteenheid moeten we overlaten aan verstandige technocraten.

De gedachte daarachter is dat er politieke oplossingen zijn voor de crisis – en die zijn onbereikbaar door te weinig politiek draagvlak – en technische oplossingen. Die fictie zal spoedig als een zeepbel uiteenspatten, maar het laat zien dat het soort stappen die nodig zijn om de euro te redden zich slecht verhoudt tot democratie. Het zijn namelijk stappen die een visie op wat langere termijn vergen en op korte termijn geld en inspanning kost.
The New York Times besteedt 2000 woorden aan het dilemma. En The Observer 1200. Twee mooie stukken die laten zien dat de euro geen erg democratisch project is.
En dan gaat het nog niet eens over Nederland, waar de quasi regeerpartij PVV oorlog voert tegen ‘eurofielen’ en de partij van de premier afstand neemt van Zuid-Europa.

Bron(nen):   New York Times  The Observer