De val van Jeremy Corbyn

Het zou redelijk zijn als Boris Johnson Jeremy Corbyn heel dankbaar is. Boris heeft niet zozeer gewonnen – hij kreeg 42 procent van de stemmen – Labour heeft onder Corbyn vooral verloren. De gemiddelde Brit vertrouwt Boris Johnson niet – op goede gronden. Heeft niet veel vertrouwen in zijn beleid. Maar in het tweepartijenstelsel dat Engeland nog altijd is, speelde de hoofdrol dat de gemiddelde Brit nog veel minder van Corbyn moet hebben. In 2017 kreeg hij nog enig voordeel van de twijfel, maar nu kent de kiezer hem voldoende. En de overgrote meerderheid moet hem niet. Het verschil tussen vertrouwen en niet-vertrouwen valt bij Johnson uit in -12. Corbyn staat op -40. En in de zaak waar de verkiezingen om draaide, de Brexit, slaagde hij er ook na 3 jaar niet in een helder standpunt in te nemen.

De vraag hoe Labour kan herstellen – of breder: hoe rechts populisme kan worden bestreden – ligt open.

Historisch gezien was links de kampioen van de arbeider en rechts van mensenmet geld.

Maar in de afgelopen decennia raakte dit patroon onklaar, niet alleen in Engeland . Hoogopgeleide stedelijke professionals zijn naar links gegaan en de werkende klassen zijn naar rechts gegaan, een verschuiving die sociale wetenschappers toeschrijven aan het toenemende belang van immigratie- en identiteitskwesties in de Europese politiek.  En bij iedere verkiezing in west-europa is steeds de hamvraag: hoe doen de populisten het.

Corbyn dacht dat het antwoord lag in de oude marxistische waarden. Hij beloofde hoge belastingen en veel staatsbedrijven. Dat blijkt electoraal geen geweldig goed idee.