De verdachten van Ikea willen uitleg

Toen Yassine el Mesri donderdagmiddag het huis van zijn vader aan de Meeuwenlaan in Amsterdam-Noord verliet, hoorde hij achter zich een geluid. Toen hij zich omdraaide stond hij oog in oog met een agent die een pistool op zijn hoofd richtte, meldt het Parool. ”Ik schrok me dood,” vertelt de 26-jarige Yassine vier dagen later voor de deur van het huis van zijn vader. ”Ik moest mijn handen tegen de muur doen, en ze vroegen me of ik gewapend was."
"Een van die mannen kwam op me afrennen en wilde me een duw geven met zijn schild,” zegt de 64-jarige El Mesri. Dan grijnzend: ”Maar ik stapte snel opzij, en hij rende me zo voorbij. Ik was niet geschrokken, want ik had niets gedaan, maar ik was wel verbaasd.”
Hij vroeg de agenten wat ze wilden, maar hij moest zijn mond houden. Hij zou het op het bureau wel horen. ”Ik snapte er niets van. Op het bureau zei de hulpofficier van justitie dat ik verdacht werd van brandstichting. Pas later begreep ik dat ze dachten dat ik een terrorist was. Maar dat ben ik helemaal niet.”
De volgende dag werd Mfeddal el Mesri langdurig verhoord. Aan het eind van het verhoor kreeg hij pas het bandje te horen met daarop de stem van de vrouw die de politie vanuit Brussel had getipt over de op handen zijnde terreuraanslag. ”Maar die stem kende ik niet. Die had ik nooit eerder gehoord,” zegt Mfeddal stellig.
Thuis trof hij een enorme ravage aan. Twee deuren en een kledingkast waren gesneuveld en zijn spullen lagen door de hele woning verspreid. ”Daarna heb ik niets meer gehoord van politie, justitie of de burgemeester. Geen excuses, geen uitleg, niks. Ik was enorm geschrokken, maar er was niemand die vroeg of hij iets voor me kon doen.”

Bron(nen):   Het Parool