Martelen hielp Amerikanen niet

Soms kan martelen nodig zijn. Toch? Die discussie werd kort na de aanslagen van 11 september gevoerd, omdat het idee bestond dat leiders van Al Quaida met harde verhoortechnieken konden worden gedwongen informatie prijs te geven over nieuwe aanslagen. Martelen als een noodzakelijk kwaad om misschien wel duizenden mensenlevens te redden.
In de praktijk heeft het niet zo gewerkt, blijkt vandaag uit een artikel in The Washington Post. Een van de belangrijkste Al-Quaida-leiders die de Verenigde Staten te pakken kregen, Abu Zubaida, brak onder de keiharde verhoortechnieken en gaf de Amerikanen allerlei informatie over nieuwe plannen van Al Quaida. CIA-agenten in de hele wereld waren druk met het volgen van de aanknopingspunten die ze kregen, maar uiteindelijk is er niet één aanval of aanslag mee voorkomen.
De agenten die Zubaida verhoorden, stonden volgens The Washington Post onder grote druk van het Witte Huis om hun gevangene belangrijke geheimen te ontfutselen. Later bleek echter ok dat Zubaida helemaal niet zo belangrijk was voor Al-Quaida als de Amerikanen aanvankelijk aankondigden, en zeker geen ‘chief of operations’  zoals George Bush publiekelijk heeft gezegd. Hij zou niet eens lid geweest zijn van Al Quaida, maar was alleen een ritselaar die klusjes opknapte voor radicale moslim-organisaties. Zubaida wordt al zeven jaar door de Verenigde Staten vastgehouden, en bevindt zich nu nog steeds in Guantanamo Bay.

Bron(nen):   The Washington Post