Vrede in het Midden-Oosten? Let op Syrië!

Die Seymour Hersh toch. Vandaag gaat de onderzoeksjournalist onthullen dat de voormalige Amerikaanse vice-president Dick Cheney beschikte over ‘een doodseskader’ (zie het bericht eerder vandaag op Welingelichtekringen.nl) en tegelijkertijd publiceert hij in The New Yorker een optimistisch getoonzet verhaal over de kansen op vrede in het Midden-Oosten. Bijna achteloos schrijft hij daarin dat hij e-mailt met president Bashar Assad van Syrië – een van de drie grote mannen achter de ‘As van het kwaad’ – en dat hij vorige maand nog in Doha was om de leider van Qatar te spreken.
In het verhaal dicht Hersh een sleutelrol toe aan Syrië, dat in januari dit jaar dichtbij een vredesakkoord met Israël zou zijn geweest (vooral over de Golan Hoogte).  De Israëlische aanval op de Gaza-strook wierp deze besprekingen terug, maar Assad zou nu weer openstaan voor hervatting van het overleg. Dat is mogelijk juist doordat Hamas niet is verslagen, en Assad met Israël om de tafel kan gaan zitten zonder meteen gezichtsverlies te lijden in de rest van de Arabische wereld.
De Verenigde Staten zouden in dit vredesproces moeten bemiddelen. En Assad laat in zijn e-mail aan de onderzoeksjournalist weten dat hij een persoonlijke ontmoeting met de Amerikaanse president Barack Obama noodzakelijk acht. "Het is vanzelfsprekend om een ontmoeting met president Obama te willen."
Hersh krijgt op deze manier zelf even de rol van bemiddelaar opgedrongen. Volgens de journalist is een herziening van het Amerikaanse beleid ten opzichte van Syrië  in ieder geval dichtbij. Hij citeert een diplomaat die zegt: "Er reizen momenteel veel mensen heen en weer tussen Damascus en Washington en die melden dat er laag hangend fruit hangt dat erom vraagt geplukt te worden."

Bron(nen):   The New Yorker