Een groot leider is heengegaan

De Britse pers is vermaard om z’n in memoriams, steevast ondergebracht in de rubriek Obituary.
Dagelijks is een deel van kranten als The Times en de Daily Telegraph gereserveerd voor het uitzwaaien van bekende landgenoten, bekende buitenlanders of nog beter: onbekende mensen die een markant leven leidden (tuinman van de koningin, keurmeester in de fabriek van Wedgwood, etc.).
De schrijver van de obituary mag laten zien hoe goed hij in weinig woorden het leven kan schetsen van zijn hoofdpersoon; de bijzondere kanten van iemands persoonlijkheid, maar ook de benepen eigenschappen die hem parten speelden.
Voor wie van korte bio’s houdt in combinatie met een scherpe schrijfstijl, is de obituary een verplicht nummer – tot op heden in geen enkel Nederlands medium tot leven gebracht.
Vandaag komt The Economist met een korte levensschets van Omar Bongo, het zojuist overleden staatshoofd van Gabon. Het is het verhaal van een monarch die gedurende 42 jaar zijn vaderland plunderde, in weelde leefde en de rekening bij de staat legde of anders wel wist hoe hij ontwikkelingshulp naar zichzelf toe moest sluizen.
Bongo onderhield warme banden met Frankrijk (alleen al in Frankrijk had hij 70 bankrekeningen en 39 huizen, waaronder 4 op de chique Parijse avenue Foche) dat hem altijd dekte bij zijn vele roofpartijen in ruil voor oliewinning door de staatsbedrijven Elf en Total.
Bijna nergens ter wereld, zo beweert The Economist, werd zoveel champagne gedronken als in Gabon, in de cercle rondom Omar Bongo.
Heeft de grote leider dan helemaal niets goeds nagelaten aan zijn onderontwikkelde land? Jazeker wel. Het arme boerendorpje, Lewai, waar hij 73 jaar geleden is geboren, heet nu Bongoville.

Bron(nen):   The Economist