De Arabische wereld gaat wakker worden

Eigenlijk is het verwonderlijk dat in zo weinig Arabische landen volksopstanden ontstaan. Het is alsof de bevolking van het Midden-Oosten de voorkeur geeft aan stagnatie boven de chaos van politieke veranderingen.
Maar zo kan en zal het niet doorgaan, schrijft The Economist, dat deze week een special report aan de Arabische wereld wijdt.
Arabische leiders zijn er heel goed in geslaagd hun macht te bestendigen, meestal door een combinatie van een autoritair bewind met schijnverkiezingen en inkapseling van belangengroepen. Waar ze helemaal niet in geslaagd zijn, is het lot van hun bevolking te verbeteren. Ondanks de enorme inkomsten uit olie, moet veertig procent van de bevolking rondkomen van minder dan 2 dollar per dag. Door de hoge bevolkingsgroei stromen de komende jaren ook nog eens tientallen miljoenen jongeren de arbeidsmarkt op, zonder dat er zicht is op werk.
In Egypte is Hosni Mubarak nu 28 jaar aan de macht. In Libie regeert Muammar Khadaffi sinds 1969. En in Syrie ging de macht na dertig jaar ogenschijnlijk soepeltjes over van vader op zoon. Maar onder de oppervlakte is van alles in beweging. De bevolking, en zeker de vrouwen, is langzamerhand beter opgeleid. Zakenlieden willen meer vrijheid van handelen. En de satteliettelevisie zorgt voor een doorbraak; de staatsmedia kunnen niet langer voorkomen dat de bevolking vragen gaat stellen.
De enige oplossing, schrijft The Economist, is democratie. Of de huidige machthebbers het willen of niet. In het Westen bestaat weliswaar ook de angst dat vrije verkiezingen in het Midden-Oosten zullen leiden tot een machtsgreep van islamitisch fundamentalisme. Maar zulke angst is een slechte raadgever. Verkiezingen in islamitische landen als Turkije en Indonesie hebben laten zien dat democratie een halt kan toeroepen aan extremisme.

Bron(nen):   The Economist