Gebombardeerd: "Ik nam wat vlees mee naar huis en noemde dat mijn zoon"

The Guardian reisde naar Kunduz en sprak met nabestaanden van het vernietigende bombardement een week geleden op twee gestolen olietankers. Het Duitse leger dacht dat het Talibanstrijders bombardeerde, in feite werden burgers getroffen die goedkope olie uit de tankwagens haalden.
Toen de omwonenden bij de brandende puinhopen van de tankwagens aankwamen, was er al niemand meer in leven. Er waren wel onverbrande lichaamsdelen. Amor Khan, de baas van het dorpje Eissa Khail, nam de leiding bij het verdelen van de lichamen. Want toen hij aankwam werd er gevochten over de onherkenbaar verkoolde lijken. Iedereen wilde iets mee nemen om te kunnen begraven. Samen met de andere leiders van het dorp verzamelde hij de lijken en delen van lijken.
‘Daarna moesten de mensen in een rij staan en zeggen hoeveel familieleden van hen waren omgekomen. ‘. Vervolgens kreeg iedere familie zoveel verkoolde lijken als ze verliezen hadden geleden.
"Als een man zei: ‘Ik verloor mijn broer en een neef, dan kreeg hij twee lijken", zegt Khan. "En toen de hele lijken op waren gaven we losse lichaamsdelen, armen, rompen."

Bron(nen):   The Guardian