Een zwarte troef

De regering van een westers land kan heden ten dage niet enkel uit mannen bestaan, er moeten vrouwen bij en als het kan ook een paar gekleurde vrouwen. 
In Nederland is dit laatstelijk nogal halfslachtig ter hand genomen met de staatssecretaris van Justitie, Albayak, hoe hardnekkig Wouter Bos het ook steeds weer heeft over ‘onze Nebahat.’ Maar 1 zo’n vrouw – en dan niet eens minister – zet geen zoden aan de dijk.
President Sarkozy kwam in 2007 veel voortvarender voor de dag. In zijn eerste regering zaten niet alleen veel vrouwen, maar ook enkele zeer opvallende uitheemse verschijningen. 
Allereerst was daar Rachida Dati, minister van Justitie en kind van Marokkaans/Algerijnse ouders. Dati was niet uit het nieuws te branden, maar haar faam kende ook een keerzijde, zeker toen er toch wel veel was aan te merken op de wijze waarop ze haar ambt uitoefende.  
Ze werd bovendien zwanger (ongehuwd) en de verdenking bestond dat zij daarbij het verhaal verspreid zou hebben, dat Sarko de vader was van de verwachte kleine. Exit Dati derhalve, die naar het Europese Parlement kon vertrekken. 
Gelukkig was daar toen nog de ravissante Rama Yada (foto), 32 jaar en staatssecretaris voor Mensenrechten. Alleen, die functioneerde ook niet en al in januari dit jaar dreigde ze te worden ontslagen. 
Na veel geleur werd er toen nog plekje op het ministerie van Volksgezondheid voor haar gevonden en kon ze staatssecretaris van Sport worden. 
Maar wat blijkt nu? 
Ook daar functioneert ze totaal niet, en bovendien laat ze zich aan de nodige regeringsdiscipline weinig gelegen liggen. Vandaag wordt ze openlijk in Le Monde geschoffeerd door premier Fillon en dat zou weleens het einde kunnen inluiden van haar politieke loopbaan.
Samenvattend: (positief) discrimineren is best moeilijk.

Bron(nen):   Liberation  Le Monde