Laat Brussel bezuinigen

In heel Europa doen overheden hun best de eindjes aan elkaar te knopen. Nieuwe schulden, aangegaan om banken en aanverwante bedrijven te redden, hebben nu wel de bodem van de schatkis in zicht gebracht.
Wordt zo in heel Europa de broekriem aangehaal? Nee, niet overal. Er is een plek, in Brussel om precies te zijn, waar de leer van de nieuwe zuinigheid niet geldt. Daar zetelt het Europees Parlement. Dat heeft besloten dat de Europese begroting voor 2010 omhoog moet van 136, 8 miljard naar 141 miljard euro.
Daarbij is, omdat 2010 is uitgeroepen tot het jaar van de bestrijdig van armoede en sociale uitsluiting,  ook 10,5 miljoen euro gereserveerd voor armoedebestrijding, wat The Wall Street Journal aan de magere kant vindt. 
Maar, zo schrijft de krant, de armoedebestrijding van de eigen medewerkers wordt hoe dan ook daadkrachtig ter hand genomen, want EU-functionarissen krijgen in 2010 een salarisverhoging van 3,7 procent en dat is best veel in een periode dat inflatie nauwelijks bestaat.
Er zijn maar weinig ‘Europeanen’ die pleiten voor minder Europees budget. De meeste  vertegenwoordigers in Brussel dromen van een groter en machtiger EU, en dat gaat uiteraard gepaard met meer uitgaven. 
Een enkele dissident verheft zo nu en dan zijn stem, zoals de Britse Europarlementarier Marta Andreasen. Zij maakt zich bijvoorbeeld zorgen om het feit dat de accountants jaarlijks weigeren de Europese boeken voor goedkeuring te tekenen, maar veel medestanders heeft ze niet. 
Of dit alles bij het oude zal blijven, is maar de vraag. Als de lidstaten hun hoofd breken over de vraag hoe ze hun begrotingen sluitend kunnen krijgen, kan het niet zo zijn dat in Europa het eurofestijn ongestoord voortgaat.  Zoals in 2009 bijvoorbeeld, want dit jaar is nog 45 procent van het beschikbare budget besteed aan landbouwsubsidies. 
En uiteraard zou het Europees Parlement zelf het goede voorbeeld kunnen geven door niet langer mee te doen aan de kostbare maandelijkse verplaatsingen tussen Brussel en Straatsburg.

Bron(nen):   The Wall Street Journal