Te koop: verkiezingsuitslag

Best een interessante kwestie, die in Nederland maar weinig in het nieuws is geweest.
Vorige week bepaalde het Hoog Gerechtshof (Supreme Court) in de VS dat het toegestaan is voor grote bedrijven om invloed in campagnespotjes te ‘kopen’. Bedrijven mogen zelf in campagnespotjes de kiezer overtuigen om voor een zekere kandidaat te stemmen, of juist met de bedoeling om een bepaalde kandidaat zwart te maken. Democraten spraken van een klap voor de democratie, Republikeinen zagen het als een overwinning voor Het Vrije Woord. 
Na het Watergateschandaal van 1974-75 hebben Amerikaanse wetgevers de invloed van het grote geld op de politiek door wetgeving ingeperkt. Het Hoog Gerechtshof was blijkbaar van mening dat het politieke klimaat dusdanig verbeterd is dat men soepeler kan worden in de wetgeving. Is dit wel echt zo? En is dit wel een verstandige beslissing van het Hof, vraagt The New York Times zich af.
Volgens de voorstanders van de nieuwe regels is het allemaal onzin. Er zijn nog nooit bewijzen gevonden dat wetgevers omgekocht zijn, en diverse professoren zeggen dat er geen enkel bewijs is dat strengere regels corruptie in de politiek verminderen. Ook de bedrijven die zoveel doneren worden er volgens onderzoeken niet beter of slechter van. ‘Het lijkt een voor de hand liggende relatie, maar hij laat zich onmogelijk bewijzen,’ zegt een prof van de Universiteit van Wisconsin. Voor het Hoog Gerechtshof is het echter altijd voldoende geweest om alleen maar de schijn van corruptie te bevechten. Tot nu toe dus.
Volgens de tegenstanders is het voldoende om de cultuur in Washington te kennen om strakkere regels te willen. Er wordt nou eenmaal veel uitgegeven aan steun voor politieke partijen, dat doen die bedrijven heus niet zonder er iets voor terug te krijgen. Deze voorstanders erkennen ook dat de winst van striktere regels moeilijk te meten valt. In Australie zijn echter vrijwel geen regels omtrent giften aan politici, maar om nou te zeggen dat dat land aan corruptie ten onder gaat?

Bron(nen):   The New York Times