Turkse Republiek in greep van de angst

Het is voor westerlingen moeilijk te geloven dat de arrestatie van hoge militairen, die van een coup worden verdacht waarbij ondermeer de grote monumenten van Istanbul zouden worden gebombardeerd, zoveel angst te weeg zou brengen. Maar in Turkije is dat het geval en slaat het seculiere kamp opnieuw alarm over de autoritaire manoeuvres van de islamitische regering Erdogan. 
In het Westen wordt zijn regering nog steeds als ‘mildly islamist‘ aangeduid, en geldt hij als een soort islamitische variant van Jan Peter Balkenende (u weet wel: die MP met ‘gebrek aan regie’). Het Westen heeft de Turkse steun nodig als strategisch bondgenoot bij het onder druk zetten van Iran. 
Maar in Turkije zijn de critici van Erdogan minder ontspannen over zijn bewind. Daar ziet het westerse gerichte kamp een afglijden richting islam (zie de foto van Erdogan met Mahmoud Ahmadinejad bij een bezoek aan Teheran), en wordt ook gewezen op de aanval op de rechterlijke macht, een andere seculier bastion, en het lot van Turkije’s grootste mediabaron, die voor twaalf jaar achter de tralies is verdwenen. 
Gisteren brak ook een hysterisch gehuil uit naar aanleiding van een resolutie van een commissie van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden, die de volksverdrijving van de Armeniërs uit 1915 alsnog tot ‘genocide’ wil bestempelen. Dat geldt als anti-Turks.
De Turken staan er weer eens alleen voor, een klassiek sentiment bij alle partijen. Dat geldt voor het seculiere gedeelte, maar de Turkse regering speelt in op eenzelfde gevoel. Het kan ertoe leiden dat ook de verzoening met het christelijke Armenië, die in oktober werd afgekondigd als onderdeel van een buitenlandse politiek om zich meer op de buurstaten te richten, op sterk water komt te staan.

Bron(nen):   The Wall Street Journal