Wikileaks, de balans

Vandaag komt The New York Times met een beschouwing die de drukte rond de Wikileaks-onthullingen inzake Pakistan in perspectief tracht te plaatsen. 

Moet je horen, schrijft Andrew Axum, ik doe in het dagelijks leven onderzoek naar Afghanistan en na 2 dagen in de gelekte documenten te hebben gelezen, moet de conclusie wel zijn dat er eigenlijk niets nieuws in staat.

Ten eerste de onthulling dat medewerkers van de Pakistaanse inlichtingendienst heulen met de Taliban. Dat is echt al eerder gemeld, ondermeer in The New York Times waarbij (anonieme) Amerikaanse militairen als bron dienden.

Dan het nieuws dat er Afghaanse burgerslachtoffers vielen door Amerikaans militair geweld. Klopt, maar nieuw is het niet – eerder al deed generaal Stanley McChrystal wat in zijn vermogen lag om dit soort slachtoffers te voorkomen.

Ook de mededeling dat ‘special forces’ jacht maken op terroristische kopstukken en daar vervolgens mee afrekenen is niet onbekend. Het klopt als een bus, want daar zijn special forces nou eenmaal voor…

Zeker, er worden militaire bijzonderheden onthuld waar de Verenigde Staten en de NAVO niet blij mee zijn, want die zaken zagen ze liever geheim, Echter, de meeste door WikiLeaks gepresenteerde onthullingen zijn geen onthullingen, maar zijn zaken die we al langer wisten. Of het zijn meer voorbeelden van inmiddels bekende kwesties. Ook daarom is de vergelijking met de Pentagon Papers (eedere opzienbarende onthullingen over de Vietnam-oorlog) niet op z’n plaats.

Bron(nen):   The New York Times