Wie aan
slavernij denkt, ziet meestal schepen richting Amerika voor zich. Maar eeuwen vóór én lang ná de trans-Atlantische handel bestond in de islamitische wereld een uitgestrekt systeem van slavernij, van de vroege kalifaten tot het Ottomaanse rijk. Eeuwenlang kende ook de islamitische wereld een uitgebreid slavernijsysteem, van Sahara tot Indische Oceaan. Hoe werkte die moslimslavernij en waarom is ze zo weinig bekend?
Slavernij bestond al in pre-islamitisch Arabië en werd met de opkomst van de
islam niet afgeschaft, maar gereguleerd. De
Koran en hadith erkenden slavernij als bestaande institutie, moedigden vrijlating aan, maar boden tegelijk een juridisch kader waarin bezit van slaven, vooral niet‑moslims, toegestaan bleef. In de vroege kalifaten van de 7e en 8e eeuw werden krijgsgevangenen, maar ook gekochte mensen uit Afrika, Europa en Centraal-Azië ingezet als huispersoneel, soldaten en administrateurs.
Vanaf de middeleeuwen groeide een wijdvertakte slavenhandel. Via trans-Saharaanse routes werden zwarte Afrikanen naar Noord-Afrika en het Midden-Oosten gebracht; via de Indische Oceaan liepen routes tussen Oost-Afrika, Arabië, Perzië, India en verder naar Azië. Historici schatten dat naast de circa 12 miljoen mensen in de Atlantische handel nog eens grofweg 17 miljoen Afrikanen via Arabisch-islamitische netwerken zijn verhandeld, plus miljoenen Europeanen, Slaven en Aziaten. Exacte cijfers ontbreken, omdat scheepslijsten en centrale registraties vaak ontbreken.
Binnen islamitische rijken nam
slavernij uiteenlopende vormen aan. In de Abbasidische periode werkten Zanj-slaven op plantages in Irak; in de Mamluk- en Ottomaanse tijd werden tot slaaf gemaakte jongens ingezet als elitetroepen en bestuurders. Ook vrouwen werden massaal verhandeld als huishoudelijke werkers of concubines in harems. Hoewel sommige slaven carrière konden maken of uiteindelijk werden vrijgelaten, bleef het systeem gebaseerd op dwang en ontmenselijking.
Pas in de 19e en 20e eeuw kwam, mede onder Britse druk en onder invloed van wereldwijde abolitionistische bewegingen, een geleidelijke juridische afschaffing op gang in landen als het Ottomaanse Rijk, Iran en Saoedi-Arabië. In de praktijk bestonden vormen van slavenarbeid en lijfeigenschap nog decennialang voort. Tot op vandaag wijzen onderzoekers op genetische en sociale sporen van deze geschiedenis, van Afro-Arabische gemeenschappen op het Arabisch Schiereiland tot diaspora langs de Indische Oceaan.
Het debat onder historici gaat minder over het bestaan van dit systeem – dat staat vast – dan over de vraag hoe “gigantisch” het was en hoe het zich verhoudt tot de Atlantische slavernij. De Senegalese antropoloog Tidiane N’Diaye noemt de Arabisch-islamitische handel een “gesluierde genocide”, terwijl andere onderzoekers zijn cijfers en toon te eenzijdig vinden. Wat wel breed wordt gedeeld: een serieus slavernijverhaal kan niet om de islamitische dimensie heen.
Het vergeten slavernij-imperium van de islamitische wereld
Wie aan slavernij denkt, ziet meestal schepen richting Amerika voor zich. Maar eeuwen vóór én lang ná de trans-Atlantische handel bestond in de islamitische wereld een uitgestrekt systeem van slavernij, van de vroege kalifaten tot het Ottomaanse rijk. Via Sahara, Rode Zee en Indische Oceaan werden miljoenen mensen verhandeld, als soldaat, huishulp, concubine of landarbeider. Terwijl de VN nu vooral de Atlantische slavenhandel uitlichten, worstelt de historiografie nog steeds met de vraag hoe groot dit “moslimslavernij”-complex precies was – en waarom het zo lang buiten beeld bleef.