President Le Pen. Het zou echt kunnen

Als er nu presidentsverkiezingen zouden zijn in Frankrijk, dan maakt Marine le Pen een serieuze kans Marcon te verslaan. In de meeste peilingen haalt Macron 52 procent en Le Pen 48 procent. En dat verschil krimpt.

Dat heeft uiteraard alles met de pandemie te maken. De chaos rond Corona is vergelijkbaar met die in Nederland. Frankrijk gaat van de ene lockdown naar de volgende en staat er op dit moment slecht voor.

Het verschil met Nederland: het wordt de zittende president wél kwalijk genomen. Zoals het er nu voorstaat zullen Macron en Le Pen de meeste kiezers trekken in de eerste ronde van de verkiezingen, waarna ze tegen elkaar strijden in de tweede ronde. En dan is ze verre van kansloos.

Het is mogelijk dat over een jaar, als de verkiezingen worden gehouden, het vaccin de populariteit van Macron heeft doen stijgen. Maar voor het eerst lijkt ongeveer de helft van de Fransen bereid te stemmen op een partij met bruine wortels. Haar vader stichtte in de jaren 70 het Front National, dat niet alleen racistisch was, maar ook antisemitisch. Volgens vader Le Pen viel het bijvoorbeeld met de Holocaust wel mee.

Aanvankelijk nam dochter Marine het gedachtegoed van haar vader over. Maar in de loop van de jaren liet ze steeds meer extremisme vallen. Ze is nu zelfs niet meer anti-EU, niet tegen de euro en niet tegen vaccineren. Maar uiteraard wel tegen moslims. Ze heeft ook de naam van de partij veranderd. Die heet nu Rassemblement National

Veel kiezers zullen echter nog steeds schrikken van de naam Le Pen. Maar haar voorstellen lijken sprekend op wat andere conservatieve partijen in Europa willen, zoals de Conservatieven in Engeland en de VVD in Nederland. Wie in Frankrijk wil wonen moet zich gedragen zoals Fransen 30 of 50 jaar geleden. En wie niet horen wil moet voelen.

Het zal er op aankomen of voldoende kiezers denken dat Le Pen voldoende inhoud heeft om haar programma te realiseren. Bij een debat voor de verkiezingen van 2017 maakt Macron gehakt van haar, omdat er achter haar slogans amper feitenkennis bleek te zitten

Bron(nen):   Economist