De radicale modernisering van Engeland

In de 100 dagen dat de nieuwe Britse regering (conservatieven en liberalen) aan de macht is, ontpoppen David Cameron en zijn ministers zich als radicale bestuurders. Er werd gevreesd voor een wat vormeloos geheel, niet 1 partij verkreeg in mei immers de meerderheid, maar het tegendeel is het geval.
Alles begon met George Osborne, de ‘chancellor’ – minister van Financien. Hij keek in de kas, zag dat die leeg was, verhoogde een enkele belasting maar kwam vooral met draconische bezuinigingen. De meeste departementen kregen een korting van zo’n 25 procent op hun budget.
Veel minder geld dus en op deze harde realiteit is een ideologie geplaatst die voorziet in een kleinere overheid. Scholen, gezondheidszorg, politie en welzijnsorganisaties – alle kregen de boodschap dat zaken ingrijpend zullen veranderen en bovendien staat een nieuw kiesstelsel op het programma.
Er gebeuren zoveel dingen tegelijk dat het geheel gewoon erg ingrijpend is, niet meer vertoond sinds de dagen van Margaret Thatcher. En net als onder het bewind van de ‘Iron Lady’ is er sprake van een ‘big idea.’
Cameron spreekt terugkerend van Big Society. De staat trekt zich terug en de burgers mogen van alles weer zelf opknappen. Dat betekent ook dat de macht van de centrale overheid moet worden ingedamd, het is een soort oorlogsverklaring aan de bureaucratie. 
Wat de nieuwe regering doet is een enorme gok en niemand kent de uitkomst. 
Maar, zegt The Economist, in de rijke westerse wereld zijn overheden veel te groot en te machtig geworden. Cameron doet hier iets aan en let op, er zullen nog de nodige westerse landen in Engeland komen kijken om te zien hoe zoiets moet.

Bron(nen):   The Economist