Waarom de meeste Amerikanen steeds bozer worden

Eerst stuurt Amerika een president electoraal naar de mestvaalt van de geschiedenis, om binnen twee jaar al helemaal uitgekeken te zijn op zijn veelbelovende opvolger. Vol enthousiasme stort een belangrijk deel van de kiezers zich nu in de armen van charlatans en malle dames. Salon zegt dat nog al logisch is: van Richard Nixon tot Barack Obama, onder alle presidenten sinds de jaren zeventig is het verschil in rijkdom tussen de rijken en de armen steeds groter geworden. Links of recht, ze zorgden allemaal beter voor de 20 procent rijkste en slechter voor de 20 procent armste. De 20 procent rijkste kregen vorig jaar de helft van het nationaal inkomen, de armste 3,4 procent. Geen land in het rijke westen zorgt zo goed voor weinigen en zo slecht voor velen.
In de crisis jaren die nu gaande zijn zijn de rijken rijker geworden en de armen armer. En volgens de Gini-index, dat is de maat voor inkomensongelijkheid, was de verdeling tussen rijk en arm in de VS nooit zo scheef als sinds het begin van de telling.
En, oppert Salon, dat zou wel eens mede een oorzaak kunnen zijn van het feit dat de kiezers boos zijn op de macht, of die nou links is of rechts.

 

Bron(nen):   Salon