Tot zover Balkenende

Met een korte rit in een extravagante Mercedes met klapdeuren nam J.P. Balkenende gisteren afscheid van het Torentje. Acht jaar lang was hij premier, maar het Elsevier-artikel waarin hem adieu wordt toegeroepen, bevat bijzonder weinig complimenten.
Balkenende was een atypische premier, beweert Syp Wynia, al zou je dat misschien niet zeggen gezien de lange tijd dat hij op zijn post heeft gezeten. HIj blonk niet uit in het bedrijven van machtspolitiek, had nauwelijks charisma en leek vooral op een tijdelijke bewindsvoerder – maar wel eentje die dus 8 jaar lang bleef zitten.
Zijn entree was nagenoeg briljant. Op een boerenslimme manier begreep hij tijdig dat het gehak op Pim Fortuyn tot niets leidde. En terwijl zijn paarse rivalen in 2002 vergeefs te hoop liepen tegen de Rotterdamse professor, en zich zo in grote mate ongeliefd maakten bij de massa, zat de schriele Jan Peter domweg te zwijgen en haalde zich aldus niet de volkswoede op de hals die collega’s als Melkert, Dijkstal en De Graaf (D66) wel over zich afriepen. In dit verband is het legendarische interview met de lijstrekkers o.l.v. Paul Witteman op de avond van de gemeenteraadsverkiezingen in 2002 een prachtige illustratie.
Het avontuur met de LPF-erfgenamen werd een fiasco, maar zowel in 2003 als in 2006 won hij de verkiezingen. Al die tijd wist hij dankzij een zekere ongrijpbaarheid steeds opnieuw de dans te ontspringen, maar het gaat desondanks te ver te beweren dat hij ook grootse werken verrichtte. 
Het kabinet met de VVD en D66 kan in Elsevier nog wel op een zeker krediet rekenen (het werd tenslotte opgeblazen door Lousewies van der Laan), maar wat daarna kwam, het in Beetsterzwaag in elkaar getimmerde kabinet met de PvdA, leek toch wel erg op stilstaand water. 
Heel even leek er in febrari dit jaar nog een uitweg, richting Brussel, maar toen die weg doodliep moest Balkenende wachten tot Wouter Bos het zaakje opblies in naam van Uruzgan. Of in naam van hert gezin-Bos-Bos, dat is nooit helemaal duidelijk geworden. 
En de balans? Elsevier somt op: de toegang tot uitkeringen werd moeilijker gemaakt, er kwam een nieuwe zorgverzekering, de immigratie werd verstrakt en de overheidsfinanciën in toom gehouden.
Voor de rest wist Balkenende niet boven zichzelf uit te stijgen. En sprak hij even onbeholpen en beroerd als zijn voorganger Wim Kok. Niet alleen miste hij de gave van het woord, ideeën van enige allure verlieten nimmer zijn zuinige mond en over een brisante kwestie als immigratie wist hij zelfs 8 jaar lang de kiezen stijf op elkaar te houden. 
Laten we het er maar op houden dat in veel westerse landen – waaronder Nederland – xenofobe politieke partijen tot grote hoogte konden stijgen dankzij leiders als Balkenende, niet bij machte de islamofobe slang te bezweren.  
In het buitenland behartigde hij met verve de Nederlandse belangen – dat is meer dan eens betoogd. Zo wist hij de vele miljarden die Ruud Lubbers eerder met gulle hand richting Brussel doneerde deels terug te harken – een verdienste die gememoreerd mag worden. 
Al is in dit verband nimmer betoogd dat hij te groot was voor eigen land…

Bron(nen):   Elsevier