‘De mensen moesten eens weten wat er in de peeskamertjes gebeurt’

De Amsterdamse wethouder Lodewijk Asscher uit in een interview met Trouw harde kritiek op de Nederlandse omgang met prostitutie. Volgens hem ‘ontkennen’ veel bestuurders en opiniemakers de misstanden, wordt volgehouden dat het prima op orde is, en weten veel burgers nauwelijks van de ‘ruwe werkelijkheid in de peeskamer’. Hij spreekt van een ‘collectieve zwijgafspraak’.
Asscher (PvdA) houdt zich als bestuurder al jaren bezig met de Wallen, de rosse buurt in de hoofdstad. De gemeente Amsterdam probeert in het 1012-project, genoemd naar het postcodegebied waarin de Wallen liggen, de criminaliteit te verminderen door panden op te kopen en een andere bestemming te geven.
Er is op de Wallen veel mensenhandel, zeker onder bijvoorbeeld Hongaarse meisjes die met geweld of met behulp van financiële trucs en schuldendwang worden uitgebuit. Sommige politiecontroleurs schatten dat van de prostituees 50 tot 90 procent gedwongen aan het werk is, ook in legale raambordelen die een gemeentelijke vergunning hebben.

Volgens Asscher rust de zwijgzaamheid op de angst om als ‘fatsoensrakker’ of ‘preuts’ te worden neergezet. ‘Maar je komt helemaal niet toe aan discussies over preutsheid of fatsoensrakkerij als je spreekt over mensenhandel. Die termen staan buiten de orde van dit probleem. Het is een nationale vergissing dat onze omgang met prostitutie thuishoort in het rijtje vrijheid, blijheid en tolerantie. Dat strookt niet met de werkelijkheid’, zegt Asscher in Trouw vandaag.